skip to Main Content
Kleurrijk Rajasthan

Kleurrijk Rajasthan

Ons laatste verhaal eindigden we met een vertraging, dus beginnen we er dit verhaal ook maar mee. We komen twee uur later dan gepland aan in Jaipur, onze eerste bestemming in Rajasthan. Rajasthan is een provincie in India die ook wel ‘Land of the Kings’ wordt genoemd en dan ook enorm veel geschiedenis en mooie plekjes bevat. De Lonely Planet heeft ons al voorbereid op de zeer opdringerige riksja bestuurders die ons buiten het station zullen opwachten en dus lopen wij vastberaden de trein uit, om zelf op zoek te gaan naar het door ons geboekte guesthouse. We zijn het perron nog niet af of er loopt al een jongen met ons mee die ons wel even naar de uitgang brengt. Geïnteresseerd vraagt hij waar we vandaan komen: “Holland? Beautiful country!”, en eenmaal buiten blijkt hij heel toevallig een autoriksja te hebben. Oh, en hij weet ook nog wel een leuk goedkoop hotelletje, veel beter dan degene die wij geboekt hebben. Ondanks ons duidelijke (en natuurlijk altijd lachende) “No thank you, we will walk.”, blijft hij (en alle andere chauffeurs die ons inmiddels gespot hebben) volhouden met opmerkingen die variëren van “Very cheap, ten rupee only!” tot “Jwala Niketan guesthouse? That is more than half hour walking!”. Ze proberen het op allerlei manieren, maar we trappen er niet in. Gelukkig hebben we onze trouwe vriend Google Maps bij de hand, waardoor we binnen 15 minuutjes probleemloos naar de juiste plek lopen. Google Maps, misschien wel ons meest waardevolle bezit de laatste tijd.

Jaipur: The pink city
De jongen die ons ontvangt in het Jwala Niketan Guesthouse neemt ruim de tijd om ons onze kamer te laten zien (groter dan we gewend zijn, met toegang tot een balkon!) en geeft ons een aantal goede tips om onze tijd in Jaipur te besteden. Tegen de tijd dat we gesetteld zijn en de was hebben gedaan is de dag alweer bijna om, die geplande stadswandeling schuiven we dus maar door naar morgen. Door deze wijziging in de plannen is de volgende dag behoorlijk vol, en dus korten we de wandeling door de oude stad iets in. Dit deel van Jaipur wordt door de rood/roze gekleurde gebouwen die er te vinden zijn ook wel ‘pink city’ genoemd. Hier bezoeken we Hawa Mahal (Palace of Winds) en het mooie City Palace, wat nog steeds bewoond wordt door de koninklijke familie van Rajasthan (al is dit bewoonde deel natuurlijk niet toegankelijk voor toeristen). Naast dit paleis bevindt zich het misschien nog wel indrukwekkendere Jantar Mantar, een oud observatorium dat in 1728 werd gebouwd door Maharaja Jai Singh. Door de abstracte vormen van de enorme astrologische instrumenten die er te vinden zijn is het een erg bijzondere plek, waar we een poosje rondwandelen en versteld staan van wat ze toen al konden weten en meten over het sterrenstelsel.

Die middag sluiten we een deal met een autoriksja bestuurder die ons voor een goede prijs naar de bezienswaardigheden iets buiten de stad brengt en daar dan ook telkens op ons wacht. Eerste stop op de route is Amber Fort, een gigantisch fort iets buiten de stad. Het dankt zijn naam aan de gele en roze zandsteen waarmee het fort gebouwd is. We lopen hier een tijdje gefascineerd rond, de enorme rijkdom en weelde die de heersers van die tijd gekend moeten hebben is soms moeilijk voor te stellen. Marmer, ivoor, zilver en goud, het kon niet op, al heeft die enorme uitgavendrift waarschijnlijk wel een belangrijk aandeel gehad in de uiteindelijke val van het rijk. Na een korte stop voor wat foto’s bij Jal Mahal (Water Palace), rijden we naar een winkeltje van een vriend van onze chauf. Dit was onderdeel van de goedkope deal die we met hem sloten. Als wij 10 minuutjes binnen kijken ontvangt hij z’n commissie en verdient ie dus toch nog wat extra’s. Onder de winkel bevindt zich een klein kleding fabriekje, wat volgens de winkeleigenaar veel produceert voor HEMA (Uh-huh! Vast weer zo’n verkooptrucje). We kijken even rond en twijfelen over de aankoop van een sjaal (“Very low price, factory price so very cheap, nowhere cheaper!”), voordat onze maat aangeeft dat we lang genoeg binnen zijn geweest en we dus weer verder kunnen.

We sluiten de dag af bij Nahargarh, ofwel Tiger Fort. Dat zou namelijk de beste plek moeten om de zonsondergang over de Pink City te bekijken. Het fort zelf is een kleinere, en minder interessante, versie van de twee grotere optrekjes die we vandaag hebben bekeken en dus hebben we het zo gezien. De zonsondergang gaat hem ook niet echt worden aangezien er te veel sluierbewolking (of is het smog?) hangt. We maken het rondje over de muur rond het fort af en gaan dan maar weer naar beneden, op zoek naar een leuke sjaal voor Irma. We zijn die ochtend namelijk al heel kort ergens binnengelopen, en de verkoper daar leek ons wel een man met wie je kon onderhandelen. Het vinden van hetzelfde winkeltje blijkt lastiger dan gedacht. Na zo’n 50 zaakjes voorbij te zijn gelopen worden we herkend door onze maat. Hij heeft precies wat we zoeken, en natuurlijk voor een veel betere prijs dan de HEMA.

Rampthambhore
Na Jaipur wacht Ranthambhore National Park en misschien wel onze laatste kans om een wilde tijger te spotten. Als we rond 09.00 uur in Jaipur de trein pakken moeten we nog diezelfde middag een safari kunnen doen. Lukt het dan niet om een tijger te zien, dan kunnen we de volgende ochtend op herhaling. Geheel volgens verwachting wordt onze trein geannuleerd. We raken echter niet in paniek, want dit keer hebben we zo’n twee uur speling ingecalculeerd. De volgende trein richting Sawai Madhopur (het station bij Ranthambhore) vertrekt over anderhalf uur, dus dan halen we het alsnog. Navraag in het station leert ons dat de trein waarin we nu zitten van nummer zal veranderen en uiteindelijk die kant op zal gaan. We kunnen dus gewoon blijven zitten. Als we een goede twee uur onderweg zijn (de trein zou er ongeveer twee uur over doen), besluiten we onze locatie op Google Maps maar eens te checken. Vol ongeloof staren we maar het schermpje. Volgens mijn telefoon zijn we ergens tussen Jaipur en Delhi… Compleet de verkeerde richting dus! We stappen bij het eerst volgende station de trein uit en gaan op zoek naar iemand die ons kan helpen. Dit blijkt tevergeefs, dus zit er niks anders op dan een kaartje terug naar Jaipur kopen en van daaruit alsnog naar Sawai Madhopur te reizen. Daar gaat onze middagsafari.

Na twee redelijk dramatische ritten in 2nd class, ofwel ‘general’, komen we om 22.30 uur aan in Sawai Madhopur. General betekent trouwens geen vaste zitplaatsen, waardoor mensen als gekken dringen om als eerste de trein in te kunnen om daarna alsnog met z’n vijven of zessen op een bankje voor vier of zelfs op de bagagerekken te moeten zitten. Ons hotel kan gelukkig nog wel een safari voor de volgende morgen voor ons regelen, zij het wel tegen een behoorlijke vergoeding. “Ja, maar dan regelen wij dat je één van de goede routes kan doen, die normaal al vol zitten.” We gaan dus ondanks alles nog met een redelijk goed gevoel slapen. De volgende ochtend worden we om 06.45 uur opgehaald. Onze canter (een soort cabrio mini-bus) is pas half vol, dus we stoppen nog bij wat andere hotels voor het restant van onze groep. Rond 7.15 uur rijden we het park binnen. Onze chauffeur rijdt er vervolgens doorheen alsof hij even snel iets op moet gaan halen en onze gids lijkt nog te slapen. We zien een paar apen (zoals overal in India), wat herten en een verdwaalde waterslang, maar uiteindelijk staan we binnen drie uur weer buiten de poort. Om 10.15 uur staan we gedesillusioneerd weer voor ons hotel. Daar snappen ze onze klachten best (zijn blik wijkt ondertussen geen moment van de krant die hij aan het lezen is), maar ze hadden echt de goede route geregeld en de gids en chauffeur kunnen ze niet bepalen. Een kleine tegemoetkoming zit er dus niet in. We gaan snel richting het station, want we zijn er helemaal klaar mee. Daar blijken de door ons gekochte tickets geannuleerd te zijn (geen idee hoe), en dus mogen we weer in de geweldige general klasse plaatsnemen. Voor ons is het nu duidelijk: geen treinen meer in India. En wat betreft Rampthambore? Nou ja, dat is volgens mij ook wel duidelijk…

Bundi en romantisch Udaipur
Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Vol goede moed komen we in ons hotel in Bundi aan, een stadje wat vooral bekend is vanwege zijn baoris en de vele kleurrijke straatjes. Deze baoris, oftewel step-wells, zijn diepe putten, die rond 1700 werden gebouwd om altijd genoeg water beschikbaar te hebben. We checken in bij ons hotelletje (Karela Heritage View) waar we een kamer hebben met uitzicht op Bundi Palace en waar we verwelkomd worden door de zeer vriendelijke eigenaren. Die avond doen we vooral lekker rustig aan dus beginnen we de volgende dag met een bezoekje aan een aantal van de eerder genoemde step-wells. Door het dalende grondwaterpeil en de grote hoeveelheid afval die er inmiddels in opgehoopt is, is het niet wat het ooit geweest moet zijn, maar er zijn er gelukkig nog een aantal die wel goed onderhouden worden en dus een goed beeld geven van hoe het vroeger was. Daarna wandelen we naar een meertje iets buiten de stad en nemen een kijkje in Bundi Palace. Vanuit het paleis hebben we een erg mooi uitzicht over de kleurrijke huisjes van Bundi, maar het paleis zelf is niet echt bijzonder. De rest van de middag brengen we dan ook door in deze kleurrijke straatjes. Hier is het vergeleken met de voorgaande Indiase steden die wij bezochten een stuk rustiger, en dus best wel even een verademing.

Een nachtbus brengt ons die nacht naar de volgende bestemming: Udaipur. Door de ligging aan een meer, omringd door bergen en de vele paleizen in de omgeving wordt dit ook wel een van de meest romantische bestemmingen van India genoemd. De perfecte plek om even bij te komen van het gehaaste reizen en dus hebben wij hier lekker op ons gemakje gedaan. Onze eerste dag bestaat voornamelijk uit rondwandelen door de met toeristenwinkeltjes gevulde straten, shoppen in diezelfde straatjes, een vluchtig bezoekje aan het paleis en daarna relaxen met uitzicht over het meer. Dag twee besluiten we iets minder op het gemakje te doen… We hebben namelijk bedacht dat het wel een goed idee is weer eens iets actiefs te gaan doen. We huren twee fietsen en gaan daarmee naar het Monsoon Palace, gelegen op een berg zo’n negen kilometer buiten de stad. Dat de gehuurde fietsen geen versnellingen hebben houdt ons niet tegen en vol goed moed bereiken we de voet van de berg. Daar blijkt dat er een forse entreeprijs wordt gevraagd voor de toegang tot de weg naar boven en het paleis. Dat is even een tegenvaller, maar we besluiten het toch maar te betalen, “We hebben die fietsen immers niet voor niets gehuurd en het uitzicht over de stad schijnt meer dan de moeite waard te zijn!”. Daar gaan we dan, voor maar liefst vijf minuten. Het weggetje blijkt behoorlijk stijl te zijn en op onze prulfietsjes is het onmogelijk omhoog te komen. Even overwegen we om te draaien, maar dan zouden we alles voor niets betaald hebben en dus lopen we maar door, met de fiets aan de hand. Af en toe proberen we een klein stukje te fietsen, maar verder dan 100 meter komen we niet. Een uur later komen we hijgend en met de fiets aan de hand, boven op de berg. Het paleis blijkt niet echt interessant, maar het uitzicht is gelukkig wel belonend! Ook de rit weer naar beneden is vermakelijk, al is het jammer dat hij zo snel voorbij was vergeleken met de weg omhoog.

Weer terug in de stad is het tijd voor heel andere zaken. Tijl zijn haar is na bijna vier maanden reizen namelijk nogal lang geworden en dus gaan we op zoek naar een kapsalon. In een straatje achter ons hotel zitten er een aantal, wij kiezen voor die met de vlotst ogende kapper. Tijl z’n haar is nog nooit zo snel geknipt en nu we er toch zijn kan een ouderwetse scheerbeurt er ook nog wel vanaf. Even kijkt de kapper vragend naar Tijl z’n grote hoeveelheid baardhaar maar dan gaat hij toch aan de slag. Hij sluit de behandeling af met een (niet al te zachtaardige) gezicht massage en Tijl kan weer goed voor de dag komen. Nu durven we het wel aan om aan de rand van het zwembad van een van de sjiekste hotels in Udaipur te gaan liggen, met een prachtig uitzicht over het meer. Hier spenderen we de rest van de middag tot we de zon zien wegzakken achter de bergen. We genieten nog een keer van een heerlijk avondmaal op het dakterras van het Dream Heaven Hotel (waar wij verbleven) en springen dan weer in een nachtbus naar onze volgende bestemming.

Van blauw naar goud
De volgende twee dagen besteden wij in Jodhpur, ook wel de blauwe stad genoemd. De blauwe kleur van de huizen in deze stad gaf oorspronkelijk aan dat er Brahmin (mensen van de hoogste kaste) woonden. Inmiddels schilderen ook niet-Brahmin hun huizen blauw. Behalve dat het een bijzonder sfeertje creëert, gelooft men ook dat deze kleur insecten afweert, al heeft Irma er wederom de nodige muggenbulten opgelopen. Vanuit het enorme Mehrangarh (het fort van Jodhpur en misschien wel het mooiste fort dat er in Rajasthan te vinden is), boven op de berg waar de stad omheen is gebouwd, kijken we over dit mooie stadje uit. We struinen wat rond door de straatjes van de oude stad en kijken nog heel even door wat oude rommel in de bazaar van Jodhpur, maar daar blijft het qua toeristje uithangen eigenlijk wel bij. De rest van onze dagen hier worden vooral gevuld met de schaduw opzoeken op de terrasjes van de stad en het bijwerken van wat regelzaakjes. Die schaduw hebben we ook wel echt even nodig af en toe, want de echte hitte hebben we nu wel gevonden.

Onze laatste bestemming in Rajasthan is Jaisalmer, de gouden stad. Door zijn gele kleur is deze stad haast niet meer van de woestijn waarin hij ligt te onderscheiden. Het fort hier verschilt ietsje van de forten in de andere steden, omdat er binnen de muren nog steeds mensen wonen. Het heeft dus meer weg van een ommuurde stad. Een bezoekje aan Jaisalmer is niet compleet zonder een uurtje door die stad te hebben gelopen, maar voor ons is het vooral niet compleet zonder iets heel anders: een kamelensafari. Op de rug van een kameel door de woestijn hobbelen, klinkt best vet toch? Op aanraden van een stelletje dat we in Jodhpur hebben ontmoet checken we in bij Hotel Ranuka. Misschien wel het enige hotel in Jaisalmer waar ze je geen kamelensafari aan proberen te smeren. Ze hebben ze wel, maar ze zijn geheel tegen de natuur van Indiërs in niet opdringerig naar toeristen toe. We krijgen een kort overzichtje van wat de opties zijn en daarna worden we met rust gelaten om zelf tot een beslissing te komen. We kiezen uiteindelijk voor een tocht van ongeveer anderhalve dag, waarbij we dus één nacht onder de sterrenhemel in de woestijn zullen slapen. Kom maar op met die kameel!

De volgende dag blijken we helemaal niet op kamelensafari te gaan. De dieren in kwestie hebben namelijk maar één bult en heten dus eigenlijk dromedaris. ‘Dromedary Safari’ zal wel niet zo interessant klinken, al bekt het wel lekker. Onze gids, Del Boy, is geboren en opgegroeid in de woestijn en zit inmiddels al 12 jaar in het vak. Na de eerste etappe van zo’n twee uur rijden (heel veel langer overleven je benen echt niet) mogen we tijdens deel twee zelf proberen de kameel (dromedaris is zo lang typen) te besturen. Dit blijkt in eerste instantie makkelijker gezegd dan gedaan, maar vlak voor we bij onze overnachtingsplek aankomen hebben we het allebei redelijk onder de knie. Na een overheerlijk maal (hij had zichzelf best Del Chef kunnen noemen), liggen we nog een tijdje naar de onvoorstelbaar mooie sterrenhemel te kijken. Met hier en daar een vallende ster is het plaatje helemaal compleet. Een plaatje hebben we er trouwens ook nog van proberen te schieten, maar dat was niet zo’n succes. Wie weet lukt het ons ooit nog tijdens de reis.

En ja, dan zit het er op. We hebben Rajasthan en daarmee het noorden van India doorkruist en gaan nu richting het zuiden, op weg naar Sri Lanka. Eerste halte is New Delhi, de hoofdstad van dit indrukwekkende land. Eens kijken hoe we dat gaan ervaren, de meningen zijn er over verdeeld. New Delhi betekent helaas voor ons trouwens ook een trein, dus we wachten in spanning af of die op tijd gaat zijn.

Dit bericht heeft 2 reacties
  1. Het grootste gedeelte van het verhaal klinkt wederom goed! Het gedeelte van de opdringerigheid, oplichterij en eeuwen wachten op (niet) komende treinen iets minder… Achja, ook weer een ervaring rijker en strax lachen jullie er waarschijnlijk om. Wel geinig om te zien hoe iedereen uiteindelijk opgepropt zit als hij eindelijk eens komt… Wel echt mooie en bijzondere koeien daar, haha zal wel komen omdat ze heilig zijn? Irma jouw broek past mooi bij het bijzondere raam, leuke foto en wat een pracht en praal. Met name de kamelentocht met sterrenhemel slapend in de natuur lijkt me een mooie ervaring! Hopelijk hebben jullie dat ook zo ervaren. Veel succes en plezier met het vervolg van jullie reis en snel tot spreeks. XXX

  2. Inderdaad gezien de foto’s is in India heel veel moois te zien dus de luchtjes, de drukte, de rotzooi en de oplichterij maar door de vingers zien. En af en toe wat tegenslag Mag de pret ook niet drukken, hebben wij hier ook last van en niet zoveel nieuwe mooie indrukken iedere dag. Tja soms zit ‘t mee soms zit ‘t tegen.
    Maar weer hele mooie en leuke verhalen. Groetjes vanuit een nu gelukkig wat minder regenachtig, somber koud Leende. Hoera vandaag zowaar een voorzichtig zonnetje ??

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.