skip to Main Content
Roadtrip Australië: Melbourne met een local

Roadtrip Australië: Melbourne met een local

Omdat de eerste echte stad van Australië (sorry Brisbane en Cairns) ons ontzettend goed is bevallen, zetten we na Sydney koers naar Melbourne. Veel mensen leggen in één keer deze afstand af, omdat er volgens hen weinig te beleven is. Op aanraden van Mathijs besluiten wij dit niet te doen, want volgens hem is het juist mooi om dwars door de zogenoemde Snowy Mountains naar Mount Kusciuszko National Park te rijden, om vervolgens naar het zuiden af te buigen en vanuit Eden het laatste stukje langs de kust naar Melbourne te rijden. Dat klinkt als een goed plan, maar omdat de weergoden aan de kust ons meestal minder goed gezind zijn slaan we dat stukje over. Daarnaast zullen we bij Melbourne ook nog voldoende kust zien, want daar is immers de Great Ocean Road. De tijd die we daardoor besparen kunnen we trouwens goed gebruiken voor de verkoop van Pearl, want dat afscheid komt steeds dichterbij.

Van de Snowy Mountains naar de sneeuw
We volgen Mathijs zijn advies dus deels op en hij heeft gelijk: de weg door de Snowy Mountains (waar overigens geen sneeuw te vinden is) is ontzettend mooi! Vol verwachting zetten we de route voort naar Mount Kosciuszko National Park. Hier kunnen we namelijk een erg mooie wandeling maken naar de top van Mount Kosciuszko, met een hoogte van 2228 meter het hoogste punt van Australië. Gelukkig is het mogelijk om naar het dorpje Charlotte Pass, op een hoogte van ongeveer 1800 meter, te rijden en vanuit daar te starten met de klim. Wanneer we over de kringelende weg naar dit kleine ski-oord scheuren, komen er een aantal rood knipperende borden voorbij. “Hé, wat stond er eigenlijk op?” vraagt de chauf (Irma) aan Tijl. “Ja, dat weet ik niet, jij bent de chauf.” en daarmee heeft ie natuurlijk een punt. Omdat rood knipperend meestal best belangrijk is, draaien we toch maar om zodat we een kijkje kunnen nemen. ‘All vehicles must carry chains beyond park entrance. 4WD Exempt’ en daaronder ‘Penalty exceeds 300$’. Oké het is hier inmiddels lente en we zijn nota bene in Australië, er zal toch geen sneeuw meer op die berg liggen? Even overwegen we (ondanks het niet hebben van sneeuwkettingen) om toch door te rijden, maar omdat het intussen aardig donker begint te worden en de temperatuur al flink is gedaald, lijkt het ons toch niet zo’n goed idee. We hebben bovendien ook liever geen boete van 300 dollar! We strijken neer op een parkeerplaats om ons avondeten te koken, en merken dan pas echt hoe koud het inmiddels is. Zo gauw we alles weer hebben opgeruimd duiken we snel onder de wol. We zien morgenochtend wel weer verder.

De volgende ochtend worden we gewekt door de regen die op het dak van de auto tikt: hier in ieder geval geen sneeuw dus. We rijden een stukje terug naar Jindabyne, het laatste stadje waar we gisteren doorheen reden, om wat meer info in te winnen. Er wordt ons verteld dat het bereiken van de top bijna onmogelijk is, omdat de weg naar Charlotte Pass nog gesloten is: daar wel sneeuw dus. Daarnaast wordt er niet veel verbetering op het gebied van het weer verwacht. We slaan de wandeling dus toch maar over, hoe leuk het ons ook lijkt om op het topje van Australië te staan. Even kijken we nog naar de mogelijkheden om een snowboard te huren (want sneeuw + bergen = wintersport!), maar na het zien van de prijzen, zitten wij snel weer in de auto op weg naar Melbourne. We passeren wat half besneeuwde wegen, een hoop kangoeroes en het populaire ski-oord Thredbo, waar het zien van de triest ogende pistes ons tevreden maakt met het besluit om door te rijden.

Van de stad naar de kust en weer terug
Zo gauw we Melbourne bereiken rijden we door naar het stadsdeel Hawthorn, waar we bij een oude bekende terecht kunnen. Gary hebben we leren kennen tijdens onze tour door Tibet, waar we na een aantal gesprekken over onze plannen al wisten dat we meer dan welkom waren bij hem thuis. Hij is zelf nog aan het werk, maar we kunnen de sleutel van zijn appartement in de stad wel op komen halen. Daar maken we ons klaar om, zo gauw hij klaar is met werken, in de auto te stappen en naar zijn tweede huis aan de kust te rijden. Hij moest daar toch al naartoe. Waar zijn huisje in de stad nog het meest weg heeft van een studentenflatje, is het huis, eh de villa, aan de kust splinternieuw en enorm. We koken een curry, hebben een hoop gesprekken over reizen, want daar kan Gary ook wat van en we kijken die avond naar ‘Priscilla, Queen of the desert’, een typisch Australische komedie die zich afspeelt in de outback.

De volgende ochtend doen we allemaal ons eigen ding (zoals Irma die besluit verdwaald te raken na een rondje hardlopen) en ’s middags neemt Gary ons mee op sightseeing tour in de omgeving. We maken een korte wandeling langs de kust bij de surfhoofdstad van Australië: Torquay. Hier vinden we de thuisbasis van een aantal grote surfmerken zoals Quicksilver en Rip Curl en er worden bovendien ieder jaar een aantal grote surfkampioenschappen gehouden. Ondanks de enorme golven wordt er op dit moment weinig gesurfd bij het strand in het centrum van de stad, maar wanneer we doorrijden naar Bell’s Beach krijgen we toch nog de kans een paar waaghalzen te bewonderen. Bij dit beroemde surfstrand vindt ieder jaar met Pasen de Rip Curl Pro plaats, ’s wereld oudste surfcompetitie. Die avond maken wij op volgens Nederlands recept verse mosselen en Gary maakt zijn specialiteit: overheerlijke loempia’s gebaseerd op de Tibetaanse keuken. Ze blijken super makkelijk te maken, dus dat gerecht slaan we op in onze wereldrecepten database.

En dan wordt het toch tijd wat meer energie te gaan steken in de verkoop van Pearl. Tegen alle verwachtingen in leveren de advertenties op Gumtree (de Australische marktplaats) nog maar weinig reacties op. We printen een aantal affiches en hangen deze op in de vele hostels in het stadscentrum. We combineren deze bezigheid met het bezichtigen van de hoogtepunten in de stad, samen met onze persoonlijke en zeer bekwame gids Gary. We maken een korte wandeling langs de Yarra rivier, eindigend bij Federation Square en Flinders Street Station. Die laatste is waarschijnlijk het beroemdste monument van Melbourne, met aan de gevel de bekende klokken die de vertrektijden van de treinen weergeven. Ook maken we een gratis rondje door de stad met de tram, een vervoersmiddel dat in Melbourne ontzettend populair is. We komen op die manier eigenlijk langs bijna alle highlights, alleen vergeet Gary even te zeggen waar we uit moeten stappen. Voordat we terug naar huis rijden stoppen we nog even bij de Shrine of Remembrance. Dit enorme monument, gebouwd ter nagedachtenis aan de soldaten uit de staat Victoria die deel hebben genomen aan de eerste wereldoorlog, bevindt zich in een erg mooi park aan de rand van het centrum. Wanneer we op de top van het monument staan, hebben we ondanks het grauwe weer toch nog een ontzettend mooi uitzicht over de stad.

Vanuit het raceparcours naar het strand
De dagen die volgen moet Gary gewoon weer aan het werk en ook wij brengen deze niet stilzittend door. We sjezen de stad rond om nog meer flyers op te hangen, plaatsten advertenties op alle websites die van pas zouden kunnen komen en hebben een aantal bezichtigingen met geïnteresseerden. Wanneer dit na een aantal dagen nog steeds weinig op heeft geleverd, bellen we zelfs naar een autodump om te kijken wat we in het ergste geval nog voor ons schroothoopje zouden kunnen krijgen. De ‘couple of 100 bucks’ die daar worden aangeboden maken onze dag niet echt beter, maar tussen al het geregel door hebben we gelukkig wel nog wat tijd om de stad te bezichtigen. Vooral in de wijk St. Kilda, waar we vanwege de vele hostels en leuke barretjes de meeste kans zien om nieuwe eigenaren van Pearl tegen te komen. We wandelen over de markt en door het enorme Albert Park, dat eens per jaar wordt omgetoverd tot een Formule 1-parcours. Een rondje met de auto over dat legendarische circuit kan dan natuurlijk niet uitblijven, al is er helaas een snelheidslimiet van 50 km/h. Ook lopen we rond zonsondergang de pier op, waar dan verschillende kleine pinguïns aan land komen. Ze verstoppen zich dan snel tussen de rotsen waar hun nestjes zijn, maar na goed zoeken weten we er toch een aantal te vinden.

Behalve St. Kilda duiken we ook nog even terug de binnenstad in, er mag namelijk weer geshopt worden! De laatste maanden heeft Irma het zonder lange broek kunnen overleven, maar daar wordt het nu toch echt een beetje te koud voor. We slagen bij de Zara en gaan op weg terug naar de auto via de Hosier Lane, een smal steegje dat helemaal van onder tot boven is versierd met graffiti. Zelfs de containers hebben een make-over gekregen en dragen bij aan het kleurrijke en zeer fotogenieke tafereel. En nu we het toch over fotogenieke taferelen hebben, dan kunnen we de strandhuisjes bij Brighton Beach ook niet overslaan. Een kort autoritje brengt ons naar het strand, dat vooral populair blijkt te zijn bij de Aziatische toeristen. Natuurlijk willen ze allemaal wel dat perfecte shot, meestal een selfie, met een van die huisjes. Wij proberen juist vooral om de kleurrijke bedoeling zonder Aziaten op de foto te zetten. Na een aantal pogingen (en heel veel geduld) is dat uiteindelijk toch best wel aardig gelukt.

Even terug naar Tibet en dan naar de Great Ocean Road
Als we weer terug zijn bij Gary thuis nemen we nog even contact op met Daniel van Reyk. Deze naam klinkt best wel Nederlands, maar Daniel is een rasechte Australiër en woont ook in Melbourne. Hem hebben we, net als Gary, leren kennen tijdens onze groepsreis door Tibet. Zo gauw we Gary aan hem herinneren wordt hij uitgenodigd voor een gezellig avondje eten. Op zijn Australisch brengt Daniel een sixpack biertjes mee en als die op zijn, stappen we natuurlijk weer over op de wijn, want die heeft Gary altijd wel in huis. Er komen er verschillende leuke herinneringen aan Tibet boven en er worden direct plannen gemaakt om deze mini-reünie voort te zetten met een tripje naar de Great Ocean Road in het weekend. Het plan is om Daniel vrijdagochtend vroeg op te pikken op het station bij Gary’s strandhuis, zodat we meteen op pad kunnen. Het is immers een feestdag in Victoria, dus zowel Daniel als Gary hebben een dagje vrij.

Maar, plannen zijn er om gewijzigd te worden en dus belt Daniel helaas af. Zijn dit weekend geplande vrijgezellenfeest begint namelijk al op vrijdag en niet op zaterdag, zoals hij aanvankelijk dacht. Omdat wij ’s avonds laat nog een afspraak hebben met een geïnteresseerde in onze Pearl (helaas zonder succes), beginnen we de route ook niet vanuit Gary’s strandhuis, maar gewoon vanuit de stad. Hierdoor is de route wat langer dan gepland, maar dat mag de pret natuurlijk niet drukken. Na de nodige boodschappen voor onderweg rijden we naar het punt waar we vorig weekend gebleven waren, om van daaruit dan toch echt te beginnen aan die beroemde Great Ocean Road, één van Australië’s grootste toeristische attracties. De weg die, zoals de naam al aanduidt, voornamelijk langs de kust slingert, komt door regenwouden, langs geweldige surfspots, pittoreske vuurtorens en natuurlijk de wereldberoemde Twelve Apostles. En alsof dat nog niet genoeg is spotten wij op weg naar een van die vuurtorens ook nog eens koala’s. Met baby!

Wij nemen de tijd om al dit moois te bewonderen en sluiten de dag rond zonsondergang af bij de twaalf apostelen. Deze elf zandstenen rotsformaties in de branding zorgen voor een zeer dramatisch, maar mooi plaatje. En dan denk je elf, het moeten er toch twaalf zijn? Dat klopt, alleen is een van de twaalf pilaren in 2005 ingestort, en daarvan zijn nog slechts een paar brokstukken terug te zien in het water.

Tijd voor traditie
Het laatste uitstapje dat Gary met ons gepland heeft is een bezoekje aan Wilsons Promontory National Park. Na een aantal gesprekken met de locals hebben wij hier erg veel zin in gekregen. Volgens een mevrouw die interesse had in onze Pearl, is het zeker iets dat je niet mag missen als je in Melbourne bent! Wij zijn dus benieuwd en gaan weer op tijd op pad. Het enorme schiereiland, want die vorm heeft het, is voornamelijk bedekt met bergen en bossen, waar in totaal zo’n 80 km aan wandelpaden doorheen slingeren. Ook de stranden schijnen erg mooi (en vooral rustig) te zijn en dus is Wilsons Prom een prima plek om een dagje te besteden, als het weer een beetje mee zit tenminste. Ondanks de slechte voorspellingen, lijkt het weer onderweg nog prima te zijn voor een wandelingetje. Op de parkeerplaats schijnt zelfs de zon nog stralend over de bergen, al beginnen zich steeds meer wolken te vormen. We stappen in de bus die ons naar het begin van onze wandeling naar de top van Mount Oberon brengt, waar je vanuit een uitzichtpunt een mooi overzicht zou moeten hebben over het gebied. Helaas belanden wij al vrij snel te midden van de wolken en dus is er eenmaal boven van een uitzicht absoluut geen sprake. In navolging van Gary’s familietraditie eten we hier toch maar onze lunch op, voordat we weer aan de afdaling beginnen. Wanneer we weer beneden zijn nemen we nog even een kijkje bij Norman Bay, een enorm breed strand, dat er met mooi weer vast nóg mooier uitziet.

Een andere traditie van Gary’s familie is een bezoek aan Philip Island. Op dit eiland, aan de rand van de stad, vind je bijna alles wat je als toerist wil zien: pinguïns, zeehonden en stranden. Maar net als bij veel van dergelijke mooie plekken in de wereld, komt ook hier alles met een prijs. De prijzen zijn behoorlijk en vallen dus niet in ons budget. Maar eerlijk is eerlijk, we waren er toch niet op tijd geweest om nog een glimp van dat wildlife op te vangen. Waar we wel op tijd voor zijn, en wat ook zeker wel in ons budget valt is de populaire Fish ‘n Chips. Na een kort wandelingetje over de pier strijken we neer bij een van de vele snackbars in het dorpje en bestellen we een flinke portie friet en de daarbij horende gefrituurde visjes. Dat gaat er wel in na zo’n dagje!

Bye, bye Pearl en thank you Gary!
En dan rest ons nog een ding: het verkopen van Pearl. Gelukkig hebben we tijdens de uitstapjes van de afgelopen dagen een aantal geïnteresseerde reacties op onze advertenties gehad. Hieruit volgen twee afspraken en je zult het niet geloven: beide partijen zijn ook na het zien van onze Pearl nog geïnteresseerd. Uiteindelijk sluiten we de deal met twee Duitse meisjes die het avontuur met Pearl gaan voortzetten, zelfs haar naam zal worden behouden. Met een lach en een traan nemen we afscheid van Pearl, we zullen het comfort en de vrijheid gaan missen! Ook is het nu tijd om Gary te bedanken voor al zijn hulp, de gastvrijheid en natuurlijk de leuke uitstapjes. Ons ticket naar de volgende bestemming kan eindelijk worden geboekt. Tasmanië here we come!

Dit bericht heeft 2 reacties
  1. Ook mooi!!!!!
    De foto’s van de 11 apostelen tegen de avond gemaakt. Prachtig dat licht!
    En ook al bleek pearl niet zo’n pearl, ze heeft jullie uiteindelijk toch dwars door Australië gebracht.
    Groetjes en nog veel plezier in Nieuw Zeeland ( zijn jullie inmiddels al weer aangeland)

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.