skip to Main Content
Delhi vs. Mumbai

Delhi vs. Mumbai

Na de betrekkelijke rust van Rajasthan, met zijn ‘kleine’ en kleurrijke steden, besluiten we dat het tijd is het echte India op te gaan zoeken, en wel in Delhi en Mumbai. Al bij voorbaat kijken we hier niet echt naar uit, we hebben er namelijk nog maar weinig positiefs over gehoord van andere reizigers. Maar waarom dan deze steden? Het is nou eenmaal een ‘hub’ om op andere plaatsten te geraken en, om eerlijk te zijn, hoort het nou eenmaal bij een complete India ervaring. Daarom dus. Een goede voorbereiding op de massale drukte en hectiek die ons in Delhi, de eerste van de twee, te wachten staat is er niet, of dat hebben we in ieder geval al van heel veel mensen gehoord: “Do the sites and then get the hell out of there!” En dus gaan we het maar gewoon op ons af proberen te laten komen. En is het mogelijk om daarna in Mumbai weer wat te acclimatiseren of is het daar nog erger? We gaan het zien.

Drukte in Delhi
Een trein (voor de verandering eens een keer op tijd en zonder vertraging) brengt ons van Jaisalmer naar Delhi, de hoofdstad van India. Een stad met veel gezichten, door de invloeden van veel verschillende heersers die er door de jaren heen hun stad van probeerden te maken. Oude forten, koloniale architectuur, drukke bazaars en moderne winkelcentra wisselen elkaar af in deze miljoenenstad. Als we tegen het middaguur aankomen wordt de omvang van Delhi meteen duidelijk. 18 perrons moeten we via een voetbrug oversteken, voordat we door zo’n 100 auto- en fietsriksja, taxi en tuktuk chauffeurs worden opgewacht. Omdat ons hotel redelijk dichtbij het station ligt besluiten we ze een voor een te bedanken en te voet op pad te gaan. Delhi blijkt inderdaad druk. En hectisch. En chaotisch. Overal auto’s, vrachtwagens, tuktuks, fietsers, voetgangers en natuurlijk koeien en allemaal toeteren, roepen, bellen of mhoooeee-en ze zich suf. “Indian people step in their car, close their eyes and start driving. Only responding to the sound of honking!” – Aldus een tuktuk chauffeur, die speciaal voor ons zijn ogen open hield.

We lopen die middag richting het immense Red Fort van Delhi, nemen een kijkje bij de Jama Mashid (de grootste moskee van India, die plaats biedt aan 25.000 mensen) en lopen daarna richting Gadodia Market, beter bekend als de Spice Market. Als camera’s naast beelden ook geuren vast konden leggen zouden jullie nu allemaal met kriebelende neus en brandende luchtwegen zitten te lezen. De hoeveelheid kruiden en specerijen die hier verhandeld worden is onvoorstelbaar en de vele sjouwers die hier met grote zakken vol pepers rondlopen hoesten en proesten zich suf. De lucht prikkelt onze ogen en dus zijn we blij als we de ‘normale’ (lees smoggy) lucht van Delhi weer inlopen. Een kort bezoekje aan een openbaar toilet prikkelt de ogen ook, al is dat op een iets minder aangename manier. Maar ja, als je moet dan moet je. De volgende dag gebruiken wij (helaas) vooral voor het uitzoeken van het restant van ons verblijf in India. Willen we op tijd in Sri Lanka zijn, dan zal er een strak schema moeten worden ontworpen. Gelukkig hebben we na het aanschaffen van de benodigde trein- en bustickets nog tijd om √©√©n van de eerdergenoemde moderne winkelcentra op te zoeken, want we kunnen na vier maanden reizen wel wat verandering in onze garderobe gebruiken.

De volgende dag willen we gebruiken om toch nog wat van Delhi’s highlights te bezoeken. Het Red Fort, wat we eerder alleen van buiten zagen, Connaught Place, het koloniale hart van Delhi en Humayun’s Tomb, een mausoleum dat een inspiratie zou zijn geweest voor het ontwerp van de Taj Mahal. Op weg naar de metro vertelt een vriendelijke voorbijganger ons dat de tourist sites van Delhi niet goed per metro bereikbaar zijn (wat wij al hadden ondervonden) en dat we beter de hop-on-hop-off toeristenbussen kunnen gebruiken. Na een bliksembezoek aan Connaugth Place, waar een bizar grote Indiase vlag wappert, begeven we ons naar Dehli Tourism, waar de bus vertrekt. Een kaartje blijkt 1000Rp p.p. te kosten (veel te veel dus), maar we krijgen wel wat extra info over de bezienswaardigheden in de stad, met in het bijzonder de Lotus Temple, een oase van rust in de hectiek van Delhi. En laten we dat nou net nodig hebben. We trotseren de hitte en lopen er vanuit het dichtstbijzijnde metrostation naartoe, waarna we een poosje zitten te genieten van de koelte en stilte in dit bijzondere gebouw. Twee vertraagde metro’s en een bizar drukke middagspits? (het is 12 uur en we moeten proppen om de metro in te kunnen) later is onze innerlijke rust weer verdwenen en stappen we weer gepikeerd bij een veel te veel vragende tuktuk chauffeur in. Lopen is in dit drukkende weer immers echt geen optie.

Central Secretariat, waar het presidentieel paleis en de parlements gebouwen van India te vinden zijn, blijkt net als Connaught Place volledig volgens koloniale stijl te zijn ontworpen. De gebouwen zijn immens en de brede straten worden geflankeerd door lange lanen van gras, waterpartijen en bomen. We wandelen over Rajpath (de Kingsway) naar India Gate, een soort van Arc de Triomphe, en komen uiteindelijk uit bij Humayun’s Tomb. Na het betalen van de bizarre entreeprijs (Indian 10Rp, Foreigner 250Rp), maken we ons rondje in het bijzijn van twee Indische studenten, die ons bij de ingang aanspreken. Ze studeren eco-tourism vertellen ze, een principe dat in India nog wel even nodig zal hebben om echt van de grond te komen denken wij. We lopen vanuit hier nog even de Islamitische wijk Nizamuddin in, maar de drukte daar wordt ons al snel te veel. We zijn klaar met Delhi. Irma wordt constant nagekeken, zelfs in de meest mannelijke kledingcombinatie die ze kon vinden. We moeten over elke prijs onderhandelen en altijd opletten om niet alsnog opgelicht te worden doordat je te weinig wisselgeld terug krijgt of zoiets dergelijks. En dan is er de herrie, de alles verdovende herrie. Er is hier geen moment rust. Zelfs als je ‘s nachts wakker wordt hoor je de zoemende toeters buiten op straat. Wat wij van Delhi zagen lijkt in niets op het land wat wij in drie weken tijd, ondanks al zijn gebreken, toch best wel zijn gaan waarderen.

Wij zijn na tweeëneenhalve dag blij dat we er weg zijn. Misschien was onze tijd er te kort, want wij zagen slechts een fractie van wat de stad te bieden heeft, maar binnen ons drukke schema was er simpelweg niet meer ruimte. En dat Delhi geen stad is voor een bliksembezoek hebben we wel geleerd. Met piepende oren en bonzende hoofden stappen we in de trein. Op naar Mumbai, en poging nummer twee in India’s chaos. Het lijkt erop dat we het geluk weer aan onze zijde hebben, want ons vervoer naar de hoofdstad van Bollywood vertrekt andermaal op tijd.

Ruimte in Mumbai
Ons lesje geleerd, na ons veel te ongeplande bezoek aan Delhi, maken we in de trein een goed schema voor de komende dagen. De eerste avond doen we hoogstwaarschijnlijk niets, zodat we uitgerust kunnen beginnen aan een drukke eerste volle dag. Alles wat we dan niet redden (of misschien nog wat uitgebreider willen bekijken), kunnen we dan op ons laatste dagje doen en anders kunnen we die tijd gebruiken om aan het stadsstrand te niksen. Als we niet figurant hoeven te staan in een Bollywoodfilm ten minste, want voor zo’n buitenkansje is Mumbai schijnbaar de perfecte plek. Bij aankomst op het station lijkt Mumbai vooral heel rustig. En dat is een goede eerste indruk! De perrons zijn zo goed als leeg, al heeft dat er misschien mee te maken dat 90% van onze trein uitstapte bij Mumbai Borivalli, een van de voorsteden van Mumbai.

Zodra we in de taxi zitten blijkt dat eerste indrukken misleidend kunnen zijn, Mumbai is een mierenhoop, maar gelukkig een stuk minder dan Delhi. “Hier kwamen de kinderen uit Slumdog Millionaire vandaan, maar nu zijn ze rijk!”, zegt onze chauffeur na een tijdje. Voor ons zien we de kleurrijke verzameling plastic, golfplaat en karton die samen Dharavi Slum, de grootste sloppenwijk van Mumbai, vormen. Meer dan 2,2 vierkante kilometer beslaat het oppervlak van deze wijk, waar bijna een miljoen mensen in wonen (in totaal leeft meer dan 60% van de bevolking van Mumbai (21 miljoen mensen) in sloppenwijken). In de Lonely Planet lezen we dat het leven in deze slums behoorlijk gestructureerd en georganiseerd is. Er hebben zich wijken gevormd, velen met hun eigen handel: ijzerwerkers, pottenbakkers en wevers. Sommigen van die bedrijfjes exporteren hun goederen, wat in Dharavi een jaarlijkse omzet van $700 miljoen met zich meebrengt. Mensen betalen er huur, de meeste huizen hebben elektriciteit en zelfs voor het grootste probleem, de zeer onregelmatige watervoorziening, zijn oplossingen bedacht in de vorm van watervaten en openbare toiletten. Het leven in zo’n sloppenwijk is dus best wel fascinerend en we twijfelen er even over om er onder begeleiding van een gids naartoe te gaan. We zien er uiteindelijk toch vanaf, omdat we ons niet prettig voelen bij het idee om in zo’n armoede aapjes te gaan kijken.

We checken in bij ons hostel, een behoorlijke budget optie die later nog wat frustraties oplevert, en lopen daarna nog even richting het water. We hebben na vier maanden reizen eindelijk de zee bereikt en willen dus meteen een kijkje nemen. We zien nog net de zon ondergaan en gaan daarna op zoek naar een restaurantje. Het deel van de stad waarin we verblijven is een verademing. Brede straten, geflankeerd door palmbomen, mooie koloniale gebouwen, waarvan we morgen meer gaan zien, en eindelijk eens een keer wat minder auto’s. Je zou het hier haast rustig kunnen noemen. We strijken neer op een terrasje, gewoon aan de weg, en genieten van een overheerlijke maaltijd (ontdekking van de maand: Arabisch eten is awesome!). We lopen weer terug naar het hotel en kruipen op tijd ons bed in. Irma is meteen van de wereld, terwijl Tijl nog een poging doet met thuis te bellen, wat door de waardeloze WiFi weer eens bijna onmogelijk is (eerste frustratie). Slapen dan maar, want morgen willen we op tijd op om veel van de stad te zien, voordat rondlopen door de hitte zo goed als onmogelijk wordt. Het is hier namelijk warm, wat waarschijnlijk niet eens zo veel met de temperatuur te maken heeft, maar vooral met de luchtvochtigheid. Vijf minuten in de zon lopen en je plakt aan alle kanten. Of misschien zitten wij gewoon nog teveel in onze wintermodus en is het kleinste beetje warmte al meteen te veel. Who knows…

Om 07.30 uur staan we buiten en beginnen we aan de ‘Architectural Citywalk’ die we in de Lonely Planet hebben gevonden. Een korte wandelroute die langs verschillende oude koloniale gebouwen voert. Deze gebouwen (geheel in Engelse stijl), in combinatie met de rode dubbeldekker bussen die door de straten rijden, geven ons soms het gevoel dat we in Londen zijn. Londen met palmbomen dan. Een van die gebouwen is St. Thomas’ Cathedral, een klein wit kerkje, waar we even binnen lopen. Een kerkbezoek is inmiddels alweer even geleden, maar na de overdosis aan kerken in Rusland kunnen we dat nu wel weer aan. De citywalk eindigt bij Oval Maidan, een groot park waar volop cricket (en een klein beetje voetbal) wordt gespeeld. Dit is hoe jong en oud hier hun zaterdagmiddag besteden. Het ziet er gezellig uit, maar ons niet gezien, veel te heet! Wij zoeken liever even de verkoeling op in de vorm van een ijskoffie in de schaduw. Onze temperaturen weer wat onder het kookpunt gaan we op zoek naar een gebouw dat in de wandeling ontbrak, maar wat wij toch niet willen missen: Chhatrapati Shivaji Terminus (voorheen Victoria Terminus). Dit oude station, geheel in Gotische bouwstijl, is van buiten een erg indrukwekkend gebouw. Zo gauw je er binnen loopt krijg je het echter spontaan benauwd. Ongelofelijk hoeveel mensen hier door elkaar krioelen op zoek naar de juiste trein.

De zon is inmiddels al aardig ver richting haar hoogste (en dus warmste) punt gekropen. We proberen nog even de schaduw op te zoeken onder de overkapping van een van Mumbai’s grootste bazaars, Crawford Market, maar de geur van zwetende kaas, vlees en vis wordt ons al snel too much. “We kijken wel een andere keer naar nieuwe slippers Irma, die heb je op het strand toch niet nodig!” En dus stappen we in een taxi op weg naar het stadsstrand van Mumbai. Hier zoeken veel Mumbaikars verkoeling en paraderen de jonge stelletjes hand in hand door de branding. Een branding die vol ligt met plastic trouwens, waardoor wij niet verder komen dan wat natte tenen. De echte strandervaring zal nog eventjes moeten wachten, maar die komt over een aantal daagjes… Of kan dat misschien ook al overmorgen zijn? Op dat moment bedenken we dat we Mumbai eigenlijk wel gezien hebben en dat we net zo goed meteen op zoek kunnen gaan naar een bus die ons verder naar het zuiden brengt. De zoektocht naar een geschikte bus levert nog even wat stress op (het busbedrijf waar wij naar op zoek zijn is onvindbaar) en het uitchecken bij ons hostel vervolgens ook (zullen we maar niet verder op in gaan). Tijl wordt in het hostel nog benadert voor een figurantenrol in een Bollywood film de volgende dag (geen grapje!): “Nee bedankt, wij willen hier nu eigenlijk vooral zo snel mogelijk weg! Misschien een van de andere gasten…”. Uiteindelijk zitten we om 19.00 uur in de bus op weg naar Panaji, de hoofdstad van Goa.

De eindstand
Tja, en wie is dan de winnaar? Delhi heeft een enorm interessante geschiedenis, waardoor er een grote veelzijdigheid aan bezienswaardigheden is, maar is echt ontzettend druk en lawaaierig. Mumbai aan de andere kant heeft veel minder bezienswaardigheden, maar is een heel stuk rustiger. En daarom is Mumbai voor ons de duidelijke winnaar. We hebben natuurlijk maar een klein deel van deze steden gezien, en na twee dagen (of zelfs één) is het moeilijk een totaalbeeld te schetsen, maar we kunnen wel zeggen dat Mumbai veel meer mogelijkheden biedt om even aan de drukte van India te ontsnappen. Bijvoorbeeld op een terrasje langs een van de brede straten die je er vindt, of door middel van een wandeling langs de boulevard en het stadsstrand.

Dit bericht heeft 3 reacties
  1. Op de foto’s ziet het er nog best relaxed uit, scheelt misschien dat de geuren, het lawaai en de hitte niet mee gefotografeerd worden. 😉 Ben blij voor jullie dat jullie nu op een fijnere plek zijn en ben blij dat ik jullie niet daar ben komen opzoeken! Geniet en goede reis richting Sri Lanka! XXX

  2. Hallo Irma en Tijl,

    Wat een verhalen allemaal en wat omschrijven jullie het mooi. Ik vind het heel erg knap wat jullie ondernemen. Maak er een mooie tijd van in Sri Lanka met de ouders van Tijl.

    Groeten Jan en Thea

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.