skip to Main Content

Toch best mooi, dat Thailand

Bangkok, bounty-eilanden, sekstoerisme, overheerlijk eten, olifanten, full-moon parties, tempels, jungle, duiken, zon, The Hangover 2 en af en toe een tropische regenbui. Als je eenmaal begint dan kun je aan de gang blijven, de stereotypen over het land van de lach zijn eindeloos. Thailand is met kop en schouders het meest populaire land onder toeristen in heel Azië en dat was voor ons nou net de reden om er niet heen te gaan. Maar ja, zoals wij inmiddels al een aantal keer hebben ondervonden gaan dingen nou eenmaal niet altijd zoals je ze in eerste instantie bedacht had. Een visum voor Myanmar is namelijk het makkelijkst te krijgen in Bangkok, en dat betekent dus dat we alsnog naar Thailand ‘moeten’.

Een eerste beeld krijgen
Vanuit Vientiane, de hoofdstad van Laos, steken we via de Friendship Bridge de grens over naar Thailand. De stad aan de andere kant van de Mekong, want daar gaat de eerdergenoemde brug overheen, is Nong Khai en onze eerste kennismaking met Thailand. De eigenaar van ons hostel zal daar in ieder geval geen slechte bijdrage aan hebben geleverd. Hij blijkt namelijk een super vriendelijke man, die graag even de tijd neemt om ons e.e.a. over de bezienswaardigheden van de stad te vertellen en ons op weg te helpen door het verschaffen van twee fietsen, helemaal gratis. We gaan op weg naar Sala Kaew Ku, een bizarre verzameling boeddhistische en hindoeïstische beelden, de een nog groter dan de ander. Gemaakt van hoofdzakelijk cement en baksteen, met hier en daar wat glas als extra dimensie, vormen de beelden een kijkje in het hoofd van een mystieke shaman, onder wiens toezicht deze beeldentuin gerealiseerd werd. Hij ligt zelf overigens opgebaard, gemummificeerd en wel, in een soort tempelgebouw in het midden van de tuin. Enigszins verwonderd fietsen we weer terug naar ons hostel, onderweg nog wel stoppend bij een aantal typisch Thaise tempels. Wij vinden het verschil met typisch Laotiaanse tempels moeilijk te zien, maar dat ligt misschien aan ons. We sluiten de dag af met een diner aan/op het water en dus ook een laatste blik op Laos.

De volgende morgen zitten we alweer vroeg in de trein richting stop nummero twee in Thailand: Nakhon Ratchasima, ofwel Khorat. Daar aangekomen blijkt dat we het helemaal mis hadden. Na India dachten wij namelijk de grootste smerigheden wel gehad te hebben, maar dat bleek in Khorat wel mee te vallen. Vieze geurtjes, bakken vol afval, helaas niet in bakken, en overal kakkerlakken. Wij weten meteen dat we hier niet heel lang hoeven te blijven. Na grondige inspectie van onze kamer durven we het licht uit te doen en onder de wol te kruipen. Als er de volgende morgen nog steeds geen ongedierte te bekennen is besluiten we dat we het nu wel aandurven om hier een dagje langer te blijven, voornamelijk om weer wat uit te kunnen zoeken en te plannen en om een verhaaltje over Laos op de site te plaatsen. Een dag later zoeken we de jungle buiten weer op, zodat we een kijkje kunnen nemen bij de Angkor Wat achtige ruïnes van Phanom Rung en Prasat Muang Tam. Na een busrit van ongeveer anderhalf uur staan we met een gelukzalige glimlach naar de stenen overblijfselen te kijken. Dit is namelijk voor het eerst sinds een tijdje weer iets dat echt nieuw aanvoelt. Niet om verwend te klinken, helemaal niet, maar na een poosje in Azië besef je dat veel dingen gewoon best veel op elkaar lijken. Dit was echter echt iets dat we nog nooit gezien hadden. We begrijpen meteen waarom de ruïnes van Angkor Wat zo geweldig moeten zijn!

Even helemaal weg
Voordat we onszelf onderdompelen in de gekte van Bangkok besluiten we nog even helemaal tot rust te komen op een van de meest ongerepte eilanden van Thailand. Ko Kut (ook wel Koh Kood genoemd) is het meest oostelijke eiland van Thailand en ligt dan ook bijna tegen Cambodja aan. Het enige wat je er vindt zijn een aantal luxe resorts, hier en daar een klein restaurantje en ontzettend veel palmbomen. Geen hordes toeristen hier, behalve een aantal Thai die net als wij de rust op komen zoeken. De weg ernaartoe bestaat voor ons uit een lange (nacht)busrit gevolgd door een iets minder lange boottocht. Als we ‘s ochtends om half zes bij de haven aankomen, hopen we meteen de boot op te kunnen stappen, zodat we de rest van de dag op het strand kunnen besteden. Helaas blijkt de boot pas om half één te vertrekken en dus zit er niks anders op dan nog wat proberen te slapen en als dat niet meer lukt wat rond te slenteren. We komen uiteindelijk rond drie uur op het eiland aan en gaan meteen op zoek naar een betaalbare verblijfplaats. Tussen de resorts vinden we het Garden View Guesthouse, op slechts 200 meter van het strand. We kleden ons snel om, want het is eindelijk tijd voor een duik. Het azuurblauwe water is kraakhelder en het witte zand is zo fijn dat het onder je voeten kraakt als je eroverheen loopt. Na zonsondergang eten we een lekkere curry en duiken we voldaan onze bungalow in. Morgen hoeven we helemaal niks!

Als we de volgende ochtend wakker worden worden (niet van de wekker natuurlijk!) horen we het in de verte al donderen. Dat belooft niet veel goeds, en tijdens het ontbijt begint het inderdaad hevig te regenen. We googelen even naar de weersverwachting op Ko Kut vandaag en die blijkt helaas, je raadt het al: totaal kut! Regen, regen en nog eens regen. Nou is zo’n tropische regenbui gelukkig niet koud en dus besluiten we de regen maar gewoon te trotseren. Er is namelijk een waterval in de buurt, op zo’n 40 minuutjes lopen. We laten alles wat niet nat mag worden in ons huisje en wachten nog even tot de regen iets draaglijker wordt. Als we dan eindelijk op pad zijn houdt het plotseling op met regenen en iets later komt zelfs het zonnetje weer door. Die blijft zo ongeveer de hele dag schijnen en dus hebben wij toch nog ons heerlijke relaxdagje. We springen van de rotsen bij de waterval, duiken wat later de zee in en genieten van het heerlijke Thaise eten. Zo blijkt maar weer: Google heeft (gelukkig) niet altijd gelijk!

Bangkok baby!
En dan is het zover, tijd om ons richting dé party-hoofdstad van Zuidoost-Azië, en misschien wel de wereld, te begeven: Bangkok. Vanuit het busstation zitten we nog een dik uur in de taxi, wat wel aangeeft hoe enorm deze stad is. Beijing, Moskou en New Delhi voelden groot, maar dit slaat echt alles. Ons hotel, dit keer best luxe en met zwembad, ligt op loopafstand van Khao San Road, het stratumseind van Bangkok, waar de lachgas-capsules, pingpong-shows en buckets je om de oren vliegen. Een bucket is een emmertje (ong. één liter) drank, lachgas-capsules spreken denk ik voor zich en pingpong-shows zijn voorstellingen waarin zeer getalenteerde vrouwen hun beste beentjes wijd, uh voor, zetten om ‘kunstjes’ te doen met pingpongballen en andere attributen. Samen met Annie en Stephen, een Schots stel dat we in Beijing hebben leren kennen en die we nu na een hele tijd weer ontmoeten, kijken wij hier onze ogen uit. We kijken ook iets te diep in een bucket waardoor de volgende dag voor een groot deel verloren gaat. Gelukkig hadden we dat zwembad.

Naast feesten biedt Bangkok gelukkig nog veel meer moois, dus de andere dagen vermaken we ons prima. Na een aantal maanden Azië waren wij echt wel een beetje klaar met tempels, maar het moet gezegd worden dat Wat Pho (het onderkomen van ‘s werelds grootste liggende Boeddha) en Wat Phra Kaew (een enorm tempelcomplex dat z’n weerga niet kent) echte must-sees zijn! Zoveel pracht en praal hadden we nog nergens gezien en dan is het meteen weer indrukwekkend! Na die twee tempels geloofden we het trouwens wel weer en dus brengen we een bezoekje aan het Jim Thompson House. Dit huis, gebouwd door een Amerikaanse architect/spion/zijdehandelaar is eigenlijk een aaneenschakeling van een aantal zeer oude traditionele houten Thaise huisjes, die samen een haast Westers huis vormen. Één huisje herbergt de keuken, een ander de woonkamer en weer een ander de slaapkamer. Echt heel erg bijzonder om te zien. De achter het huis gelegen islamitische wijk geeft ons een kijkje in het dagelijks leven van de stad, extra mooi vanwege het ontbreken van de grote hordes toeristen. Met een bootbus laten we ons door de Khlongs, de Bangkok typerende kanalen, terug naar ons hotel varen.

De vele enorme shopping malls zijn ook typisch Bangkok. Ze zijn echt overal en de ene is nog groter dan de andere. Elektronica, kleding, eten, speelgoed… Je kunt het zo gek niet verzinnen of ze hebben er een winkelcentrum voor. En dat ze populair zijn blijkt wel uit het ontwerp van een van de nieuwste warenhuizen: een achttal verdiepingen, ieder in de stijl van een wereldstad. Je kunt hier dus in zeer korte tijd de wereld rond. Hadden we dat maar eerder geweten, had ons een hoop geld bespaard;) Om uit te rusten van al dat gereis strijken we neer bij het Queen Saovabha Memorial Institute. Deze in 1923 opgerichte snake farm verzameld gif van de meest dodelijke slangen die in deze regio voorkomen en gebruikt dit om tegengiffen te ontwikkelen. De show waarin verzorgers laten zien hoe goed ze met de slangen om kunnen gaan is zeker de moeite waard en een kijkje in de vele terrariums om de beestjes van wat dichterbij te kunnen bekijken kan dan natuurlijk niet ontbreken. In plaats van een lange taxirit door het drukke verkeer besluiten we op de boot te stappen. Vanaf het water van de Chao Praya, de rivier die Bangkok in tweeën deelt, bekijken we de skyline van de stad. Ons oog valt op de Golden Mount, Bangkok’s eerste ‘wolkenkrabber’. Deze berg, gecreëerd door het ophopen van zand dat bij de aanleg van nieuwe kanalen werd uitgegraven, biedt een 360 graden uitzicht over de stad. Een mooie plek om ons verblijf hier af te sluiten dachten wij.

Zoals we Thailand in komen gaan we er ook weer uit: via de Friendship bridge. Dit keer eentje die Thailand met Myanmar verbindt en dit keer ook met een heel wat positievere mening over Thailand dan voorheen. Wij beseffen inmiddels dat er niet voor niets zoveel toeristen naar dit land komen. Wij durven het bijna niet toe te geven maar ook wij zijn misschien wel een beetje verliefd geworden op dit mooie land en hopen er na ons rondje Myanmar dan ook nog wat meer van te kunnen zien.

Dit bericht heeft 6 reacties

  1. Zo zie je maar weer… Niets is wat het lijkt!
    Ik ben heel benieuwd naar jullie verhaal over het nog niet zo bekende en daardoor niet toeristische Myanmar. Hopelijk valt het niet tegen na deze meevaller.
    Veel plezier!
    Oh en als het geld op raakt kunnen jullie misschien nog wat van die foto’s van Irma in de zee verkopen. Kunnen zo in een modellenblad! Of die van Tijl met alle drank als flyer voor al dat party tourisme. 😂

  2. Hoi Irma en Tijl,
    Dat ziet er inderdaad prachtig uit. Wat een Pracht en Praal.
    En mooie plaatjes met die witte stranden.
    Veel plezier.
    Liefs mam xxx

  3. Haha, gelukkig maar dat jullie naar Thailand “moesten”. Zo hebben jullie toch ontdekt dat het nog best meevalt daar (understatement), haha. En voor nu: veel plezier in Myanmar! Benieuwd wat jullie daarvan zullen vinden.

  4. Wat een leuk verhaal weer! Leek mij ook helemaal niks.. Thailand.. Maar wel een mooi verhaal en mooie foto’s.. Wie weet, in de toekomst toch een keer naar Thailand. Is het er een beetje schoon? En hoe zijn de mensen?
    Veel plezier in Myanmar! X Pleun

    1. Ja zeker een aanrader hoor! De mensen zijn super vriendelijk, al hadden we vandaag een erg vreemde ervaring met een taxi chauffeur… Maar daar over lees je meer, de volgende keer:p En schoon, ik denk dat je als je een redelijk budget hebt op weinig smerige plaatsen terecht zal komen, dus dat zit wel goed. Al komen kakkerlakken enzo hier nou eenmaal meer voor dan in Nederland;)

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.