skip to Main Content

Sri Lanka, nice to meet you

Zon, zee, strand en hier en daar een olifant. Sri Lanka heeft dit allemaal en meer. In totaal gaan wij vier weken doorbrengen op dit grote eiland en deze vier weken zullen geheel in het teken staan van het weerzien met bekenden. We gaan hier namelijk rondreizen met de ouders van Tijl die ons komen opzoeken, maar niet voordat we eerst een paar dagen hebben doorgebracht met Myrthe en Reinout (een vriendinnetje van Irma en haar vriend) die toevallig ook net in Sri Lanka zijn aangekomen. Na veel WhatsApp contact hebben we een prima plan om wat tijd samen door te brengen voordat we weer op het vliegveld willen zijn om de ouders van Tijl te verwelkomen. Deze eerste dagen geven ons dan dus al een klein voorproefje van wat Sri Lanka te bieden heeft.

De ochtend dat we aankomen op het vliegveld van Colombo reizen we meteen door naar het zuiden. Na een korte busrit brengt een trein die vlak langs de kust loopt ons naar het plaatje Galle. De ongeveer vier uur durende reis verloopt voorspoedig, is comfortabel en ook het verkeer is een stuk relaxter (al blijft het Azië natuurlijk). Een heel verschil in ieder geval met India. Galle is een voormalig Portugees en later Nederlandse stadje dat bekend is vanwege haar oude fort. In een ochtendwandeling van zo’n drie uur zien nemen we daar een kijkje en zien we dat er nog veel Nederlandse invloeden te zien zijn. Het is inmiddels erg warm geworden en dus besluiten wij het nabijgelegen Jungle Beach op te zoeken. We huren twee fietsen en fietsen er naartoe. Bijna dan, het laatste stukje is namelijk vrij stijl en dus moeten we (alweer) afstappen en een stukje lopen. Een duik in het helderblauwe zeewater is de perfecte beloning! De rest van de middag genieten we op het strand, in de schaduw van de vele bomen, wat we best wel kunnen gebruiken! Net voor zonsondergang nemen we een kijkje bij de ‘Japanese Peace Pagoda’, een enorme witte stoepa. Van daaruit hebben we een mooi uitzicht over de zee en, als je goed kijkt, zelfs het fort van Galle. We springen weer snel de fiets op want we willen liever niet in het donker het drukke verkeer in. Per toeval komen we uit bij een erg leuk barretje (The Shack Café), waar we dan toch maar even stoppen voor een verfrissend colaatje bij zonsondergang. Als we door het barretje lopen staan we ineens op het strand van een kleine baai, met enorme golven, waarop dan ook volop wordt gesurft. Echt zo’n verborgen pareltje waar we puur toevallig bij uitkomen.

De volgende dag begeven we ons in de richting van Myrthe en Reinout. Een ochtendje in de bus, over kleine kringelweggetjes de bergen in en we zijn in Deniyaya. Een plaatsje waar behalve een natuurpark (Sinharaja rainforest) weinig te zien is. Als we aankomen bij hun hotel zijn Myrthe en Reinout er nog niet. Om de tijd te doden huren we een scootertje en crossen we naar een waterval die volgens Irma erg mooi moet zijn. De route is inderdaad erg mooi maar de waterval blijkt behalve erg slecht vindbaar, niet heel bijzonder te zijn. Het is eerder een klein straaltje dat over een rots heen sijpelt. “In het regenseizoen is ie vast mooier!”, aldus Irma. We crossen maar weer terug en niet veel later komen ook Myrthe en Reinout aan. Die avond stippelen we de route voor de komende dagen uit, maar wordt er natuurlijk vooral veel bijgepraat!

Met z’n viertjes reizen we af naar Haputale, een stadje waar geen fatsoenlijk restaurant te vinden is, maar waar wij wel twee nachten zullen blijven. De eerste ochtend gaan we vroeg uit de veren om het einde van de wereld te zien, voordat de wolken er overheen trekken (die komen hier in de bergen namelijk in de middag uit het niets tevoorschijn). We rijden naar Horton Plains, een grote vlakte op zo’n 2000 meter hoogte met verschillende meertjes, watervalletjes, bossen en weides. Op een bepaald punt eindigt de vlakte plotseling met een 880 meter hoge klif, die ook wel ‘World’s End’ genoemd wordt. Een mooie omgeving voor een wandelingetje dus. Al voor de middag zijn we weer terug in Haputale. Behalve een restaurant blijkt hier ook geen pinautomaat te vinden te zijn die onze kaarten accepteert. Op naar het volgende dorp dan maar, lekker makkelijk… Even voelt het of we terug in de tijd zijn gegaan, maar dan hebben we in ieder geval wel wat te doen die middag.

Voordat onze wegen zich weer scheiden brengen we de volgende dag nog een bezoekje aan de theevelden die in de buurt van Haputale liggen. Deze theevelden worden druk bezocht door toeristen, in het bijzonder Dambatenne Tea Factory, vanwege het uitzichtpunt aldaar: Lipton’s Seat. Vanuit dit punt hield Sir Thomas Lipton een oogje in het zeil. De plukkers zijn wanneer wij door de velden wandelen druk in de weer en de hoeveelheid groene en volle theestruiken is immens. Als afsluiter brengen we nog een bezoekje aan de theefabriek, waar we nog wat leren over het proces dat de theeblaadjes doorstaan na het plukken.

Na deze erg gezellige daagjes is het tijd om afscheid te nemen van Myrthe en Reinout en richting het vliegveld te gaan om de ouders van Tijl op te halen. Behalve het samen zijn met mensen die je toch net even wat beter kent (is wel wat anders dan de normale ‘reizigersgesprekken’), waren deze daagjes voor ons een goede kennismaking met Sri Lanka. Dat belooft veel goeds voor de komende drie weken!

Dit bericht heeft 1 reactie

  1. Alweer prachtig, wat een fijne afwisseling zeg, weer totaal anders! 🙂 En gezellig! Leuk dat jullie elkaar hebben kunnen ontmoeten. Ennn… de slippers gespot; het valt wel mee hoor Tijl, gewoon simpele slippers, niets mis mee… Valt me wel op dat je zeker niet aangekomen bent Irma, slankie! Have fun met de ouders van Tijl en geniet van het mooie Sri Lanka!!!

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.