skip to Main Content
Mongolië, één groot avontuur!

Mongolië, één groot avontuur!

Mongolië, het land van Genghis Kahn en ooit het grootste rijk ter wereld. Maar ook het land van steppen, woestijn, bergen, meren, wilde paarden, gastvrijheid en nog veel meer. Genoeg voor ons dus om uit te kiezen. Helaas maakt de winter hier korte metten met de bereikbaarheid van sommige delen van het land en dus bleek al snel dat ons gedroomde scenario niet haalbaar was. Gelukkig vonden wij uiteindelijk een heel erg mooie alternatieve route en dus kon ons grote avontuur beginnen.

*English version below, especially for our Mongolian friends!*

Dag 1: Super-Snickers en alle smaken Fanta
Het is zover, de start van onze tour door Mongolië. Нараа (Naraa), de jongen van het stel waar we via couchsurfing bij beland zijn, neemt ons graag mee voor een prijsje dat binnen ons budget past. We vertrekken om 10 uur, of dat was in ieder geval het plan. Als we om half 11 aan het ontbijt zitten blijkt dat we eerst nog even boodschappen moeten doen. Отгоо (Otro), onze chauffeur voor de komende dagen staat al klaar, dus we vertrekken snel. Als we naar buiten lopen wordt Irma op een haar na gemist door een luier. Ja een luier. Terwijl we elkaar verbaasd aan staan te kijken ploft er naast ons nog een neer. Zo doen ze dat hier dus?! De vieze luiers van je kleine gooi je gewoon van acht hoog naar beneden. Blijkbaar is dat toch niet het geval want ook Naraa blijkt dit vreemd te vinden: “It’s raining diapers!” roept hij.

Op een grote overdekte markt doen we de boodschappen voor de komende dagen: brood, kaas, salami, noodles etc. Ook kopen we een kilo koekjes en een doos super-Snickers die later blijken te dienen als onze dagelijkse lunch. Uiteindelijk gaan we nog langs een kraampje om wat fris te halen. Naraa kiest een stuk of tien flessen Fanta uit, met allemaal een verschillende smaak. Van ananas tot appel en natuurlijk allemaal even zoet. De allerbelangrijkste boodschappen zijn toch wel een aantal flessen wodka en zakken snoep: als cadeautje aan de mensen bij wie we gaan slapen. Nu moet Naraa alleen nog ‘even’ ergens onze slaapzakken en matjes gaan halen en dan zijn we om 2 uur eindelijk klaar om te vertrekken.

Eenmaal goed en wel onderweg worden we aangehouden door een verkeersagent. Blijkbaar verzinnen zij altijd wel iets om je mee te pesten en ook in dit geval heeft hij iets ontdekt: kapotte kentekenverlichting. We komen er vanaf met een ‘boete’ (lees: een persoonlijke bijdrage aan de agent), heel normaal blijkbaar. Ook heel normaal is het feit dat iedere Mongoolse agent een willekeurige auto kan invorderen als hij/zij er een nodig heeft. Gelukkig zal dat ons waarschijnlijk niet overkomen, niemand zou deze auto willen invorderen omdat ie zo zwaar geladen is. Een iets te diepe hobbel in de weg en het wiel raakt de wielkast. Best wel even schrikken als dat de eerste keer gebeurd, maar na een tijdje ben je er aan gewend.

Uiteindelijk stoppen we bij een rivier en verwachten we dat we aangekomen zijn bij onze verblijfplaats voor deze nacht. Niets blijkt minder waar: met behulp van onze koplampen verplaatsen we ons het ijs op, ja de rivier is dus bevroren, en worden er twee gaten geboord: ijsvissen it is! Met -20˚C in het pikkedonker wel te verstaan. Daar staan we dan, geheel ‘underdressed’ voor deze weersomstandigheden. Wij hadden immers een dagje autorijden in gedachten. Het vissen kan ons vrij weinig boeien (iets met gebrek aan geduld misschien?) maar wel genieten we van de prachtige sterrenhemel. Deze is zo licht dat je zelfs de Melkweg kunt zien! Na een uur kunnen onze voeten en handen het niet meer aan, en zoeken we de auto op. Verwarming aan en wachten tot ook Naraa en Otro het vissen voor gezien houden. Twee Burbot (ofwel kwabaal, een kabeljauwachtige) rijker komen ze een uur later terug en vervolgen we onze rit. We slapen deze nacht in een (toeristische) ger, een ronde tent waarin een groot deel van de Mongoolse bevolking tot op heden nog woont. Onze ger is gelukkig al warm gestookt in verwachting van onze aankomst. Het avondeten bestaat uit instant noodles en een tonijn sandwich, waarna we onder zo veel mogelijk laagjes kruipen. ‘s Morgens wordt het blijkbaar bijna net zo koud in de ger als er buiten.

Dag 2: Beet!
Als we wakker worden valt het gelukkig mee met de kou. Misschien omdat onze gastheer de kachel al weer op tijd heeft aangemaakt. Na het ontbijt is het tijd voor een nieuwe poging om iets aan de haak te slaan. Tijl heeft dit keer beet: een baars. Deze is helaas niet groot genoeg voor het eten en dus geven we hem zijn vrijheid weer terug. Irma vangt helaas niks, behalve dan een aantal planten. Uit frustratie legt ze de hengel van Naraa op het dak van de auto. Na een kwartier rijden vraag ik of iemand die nog gepakt heeft… Nee dus. We rijden weer terug naar het meer, waar de hengel gelukkig nog op ons ligt te wachten. We kunnen weer verder. Een reis door Mongolië gaat trouwens niet gewoon over de weg, maar over grote vlaktes. Wegen zijn er namelijk niet of nauwelijks, behalve dan een aantal sporen van anderen die ons voor zijn gegaan. Met behulp van een GPS systeem weten we in welke richting we de sporen moeten volgen. Als die nog te zien zijn tenminste, want de sneeuw van de laatste paar weken werkt niet echt bevorderlijk.

In het donker zijn we op zoek naar onze volgende slaapplaats: een nomaden familie die Naraa kent. Met behulp van de GPS coordinaten rijden we in de richting van het rode puntje dat zijn telefoon aangeeft. Hier is echter geen ger te vinden en ook de sporen lijken hier te stoppen. Na een aantal nieuwe pogingen om het juiste pad te vinden besluit Naraa binnen te lopen bij de enige Ger die wel in de buurt is. Na een aantal minuten komt hij terug met het slechte nieuws: de familie waar we naar op zoek zijn is verhuisd. Het goede nieuws is dat we bij deze familie mogen blijven. Dit is het moment waarop we dus echt kennis maken met de gastvrijheid van Mongolië. Het wordt een bijzondere avond, waarover je hier meer kan lezen.

Dag 3: Go(ne)Pro
Opstaan, ontbijten, alles weer opruimen, nog even foto’s maken van de familie en weer de auto in. Na zo’n 15 minuten vraagt Irma waar de GoPro is, zodat ze al het moois wat we weer zien kan vastleggen op video. Helaas blijkt deze niet in de tas te zitten. Nadat we de tas twee keer ondersteboven hebben gekeerd en zeker weten dat hij daarin niet te bekennen is, vragen we Naraa of hij hem misschien ergens heeft gezien. Ook niet. We stoppen, de auto wordt binnenstebuiten gekeerd, maar nergens is een GoPro te zien. Dan maar weer terug. Gelukkig blijkt de familie hem al gevonden te hebben. Een vriendelijk bedankje en we kunnen met enige vertraging op weg naar Khövsgöl Nuur.

Onderweg is er weer van alles te zien: een dode vulkaan, prachtige uitgestrekte landschappen, besneeuwde bergen en kuddes paarden, schapen, kamelen en koeien die de weg oversteken. Zolang we onze ramen ijsvrij houden kunnen we genieten van al dat moois. Op den duur lijkt de lucht te betrekken en verandert het stralend blauw langzaam in grijs. Mørøn, het stadje dat we naderen is geheel uit het zicht onttrokken. Als we vragen waar die mist ineens vandaan komt, kijkt Naraa ons lachend aan. De mist blijkt rook te zij, gecreëerd door alle houtkacheltjes die de huizen in de stad verwarmen. Er hangt een grote wolk boven de stad en bij binnenkomst ruik je het zelfs. We stoppen hier voor een late lunch en bestellen een typisch Mongools gerecht: tsuivan. Een kruising tussen spaghetti en gebakken noodles, met daardoorheen wat rundvlees, aardappels en groenten: smaakt goed!

Wanneer we onze weg vervolgen ontstaat er per toeval een interessante discussie over de manier waarop men een landkaart bekijkt. Naraa vertelt namelijk over zijn familie die verhuisd is naar het noordwesten. Als Tijl dan ter bevestiging vraagt of dit links van het meer is kijkt hij ons vragend aan “Nee rechts natuurlijk!”. Hij blijft erbij dat het westen rechts is en het oosten links, zelfs als we er de kaart en een kompas bij pakken. We worden het niet met elkaar eens. Wat blijkt, ze zien zichzelf als de kaart, wat wij een zeer vreemd fenomeen vinden. Wie ziet zichzelf nou als de kaart? Stelletje Mongolen! 😉

Ook deze avond slapen we weer in een ger. Daarvoor moet eerst nog wel even de familie van wie de ger is naar buiten worden gewerkt. Zij slapen vannacht ergens anders, bij de familie van een ger verderop. Gelukkig betalen we ze er wel voor. Er wordt nog snel wat vlees en thee klaargezet en dan zijn ze verdwenen. Tijd voor een drankspelletje! Twee wodka flessen later besluiten we het spel voort te zetten met water, het enige vloeibare goed wat we nog over hebben. Dan hebben we morgen tenminste geen last van een kater.

Dag 4: Gedaan met de pret
Vannacht was het voor het eerst wat kouder, maar nog steeds goed te doen. In de ochtend probeert Tijl de kachel aan te maken, zodat onze ger weer wat opwarmt, maar dit blijkt toch best lastig. Zelfs de vrouw des huizes, want die komt natuurlijk even checken of alles naar wens is voor haar gasten, is er uiteindelijk nog een goede 15 minuten mee bezig. Ondertussen vertelt haar man dat ze zometeen de yaks gaan melken. Een mooie kans voor ons om dit deel van het nomaden leven te bekijken. Als we even later zitten te ontbijten komt het slechte nieuws: de Tsaatan, de nomadische rendierherders van Mongolië die wij heel graag willen bezoeken, zijn verhuisd. Ondanks meerdere verzoeken van Naraa zijn ze toch al verder naar het noorden getrokken: 8 uur rijden verder. De vraag aan ons is wat we nu willen doen. Uiteindelijk overwint de nieuwsgierigheid naar dit bijzondere volk, dus we besluiten de gok te wagen en er toch maar heen te gaan. “Dan trek je warmste kleren maar aan, want het is daar koud!” Er wordt nog even onderhandeld over een andere auto, een 4×4, maar 150 euro per dag past niet echt binnen ons budget. Onze oude vertrouwde Subaru maar weer opstarten dus en gaan.

Tijdens het eerste deel van de route spotten we een aantal gieren langs de weg. Zouden deze misschien zitten te wachten tot onze auto het begeeft? Niet veel later verlaten we de verharde weg en volgen we hopelijk een goed spoor richting het noorden. We checken bij de eerste tegenligger nog even of we op de goede weg zijn en hoe het zit met de begaanbaarheid daarvan. Beide zijn oké, dus we kunnen verder. Wat hier gezien wordt als ‘oké’ zou in Nederland trouwens resulteren in een heleboel kamervragen, maar dat zijn we inmiddels wel gewend. We kijken dus ook niet raar op als we na een half uurtje de eerste stenen al van de ‘weg’ moeten halen. We voelen de obstakels soms door de vloer van de auto heen tegen onze voeten aan komen, maar geen paniek, we komen er wel! Of toch niet? Er begint zo langzamerhand steeds meer sneeuw in de sporen te komen en de buik van de auto heeft inmiddels meer dan een kleine kriebeling ondergaan. Naraa en Otro beginnen ook steeds vaker blikken uit te wisselen en als we na de vierde keer uitstappen en duwen weer een volgesneeuwd spoor aan zien komen, weten we dat dit te veel is voor ons arme autootje. Misschien dat de opmerking van die eerste tegenligger toch wat meer indruk had moeten maken: “Willen jullie echt in dat ding die kant op? Succes!”.

Voor ons is dit best wel een tegenslag, want de Tsaatan is de hele reden van ons bezoek aan deze contreien. Na een lange en vooral stille terugreis doen Irma en ik een nieuw voorstel: we huren toch maar een andere auto en chauffeur in, zodat we morgen een tweede poging kunnen wagen. De kosten die splitten we, want we vinden het toch wel sneu voor Naraa die het uiteindelijk zo goed en goedkoop voor ons probeert te regelen. Eenmaal terug in het dorp gaan we op zoek naar een chauffeur. Een half uur en 40 telefoontjes verder komen we uit bij Boya, dezelfde chauffeur als waar we vanochtend contact mee hadden. Zijn prijs is nog steeds hetzelfde, al kunnen we er nu eten en een overnachting bij krijgen, in een huis, met stroom. Doen dus! Opladen die accu’s, want morgen hebben we weer een volle batterij nodig. Een leuke bijkomstigheid is dat de beste man de trotse bezitter is van een van de coolste auto’s die wij tot nu toe zijn tegengekomen op onze reis: een UAZ busje, oftewel ‘The Russian Van’.

Dag 5: Tsaatan, here we come!
Als om 07.00 uur de wekker gaat is het voor het eerst echt koud! Binnen en buiten lijken weinig van elkaar te verschillen. Tent of huis, het blijkt dus weinig uit te maken. Toch maar even doorbijten, in je onderbroek het licht aan doen en dan snel wat kleren aan. Ondertussen wordt de kachel aangemaakt en niet veel later is het dan ook weer wat behaaglijker. Onvoorstelbaar hoe goed die kacheltjes hun werk doen. Snel alles opruimen, ontbijten en dan de UAZ in. We gaan nu een stuk sneller dan we gewend zijn, onze nieuwe chauff rijdt goed door. We rijden een hele tijd langs de oever van Khövsgöl Nuur, het op een na zuiverste meer ter wereld. Om de hobbelige paden te ontwijken rijden we zelfs nog een stukje over een bevroren deel van het meer, dat over een maand, in één nacht, volledig zal dichtvriezen. Onderweg komen we zo nu en dan een kudde yaks of koeien tegen, maar verder helemaal niets.

Na verloop van tijd wordt de weg steeds hobbeliger en, hoewel we een gemiddelde snelheid van maar 10 km/u hebben, stuiteren we door het busje. Uiteindelijk buigen we van het meer af en komen we uit bij een Ovoo, een spirituele plaats gemaakt door de lokale bevolking. Zo’n plek bestaat uit een opstapeling van takken, stenen en offers, om de natuur te eren. We stappen uit voor wat foto’s en dan vertelt Naraa dat het riviertje onder ons Mongolië’s kortste rivier is en dat deze nooit bevriest. We lopen naar het begin, waar het water de berg uit gestroomd komt. Op aanraden van Boya drinken we wat van het kraakheldere water want dit zou goed zijn voor je organen. Een stukje verderop mondt het riviertje alweer uit in het meer. Via een andere, langere, rivier rijden we uiteindelijk steeds verder van het meer af, de bergen in. Regelmatig rijden we over het ijsblauwe bevroren water om de weg voort te zetten aan de andere kant van de rivier. Als we wat later weer een Ovoo passeren toetert Boya een paar keer. Om de geesten te groeten, zodat onze reis goed verloopt, zegt hij.

De rivier leidt ons uiteindelijk naar de Darkhad Depression. Een enorme vlakte, waarin zo’n 300 meren liggen. De rit erdoorheen is echt ongelooflijk mooi! Eindeloze witte glooiingen met erachter een muur van bergen, en dat dan 360° rondom. Geheel bevroren, en dus witte bomen die af en toe de horizon op leuken, een arend en een paar verdwaalde yaks zijn het enige wat we hier tegenkomen. Voor Irma en mij is ‘in the middle of nowhere’ in dit geval een understatement. Nadat we een heel stuk over het ijs hebben gereden komen we bij een soort checkpoint. We rijden het grensgebied van Mongolië en Rusland in. Zo ver noordelijk zitten we dus. Rond half zes, na een rit van bijna tien uur, zien we tussen de bomen een paar houten huisjes opdoemen. “Daar is het.” zegt Boya. Huh? De Tsaatan leven toch in orts, een soort tipi’s? En inderdaad, niet veel later zien we ook de eerste traditionele woningen verschijnen. Gelukkig maar, want wij willen daar vannacht graag in overnachten. We stappen uit en worden ontvangen in het huis van Gamba en Pureve.

Terwijl zij het eten voor ons bereidt wordt er wat gebabbeld, in het Mongools natuurlijk, dus alleen als Naraa het voor ons vertaalt begrijpen we waar het over gaat. Tenminste, als hij het ook zou kunnen verstaan. Onderling praten de Tsaatan namelijk in hun eigen taal. Er blijken hier zo’n acht gezinnen bij elkaar te wonen. Dat is best veel als je bedenkt dat er in Mongolië nog maar 35 Tsaatan families leven. Samen zorgen zij voor de 1600 rendieren die nog in Mongolië voorkomen. Verschillende mensen lopen ondertussen in en uit, waaronder ook een zeer dronken man. Hij vertelt dat hij onlangs een eland heeft gevangen en toen betrapt is door de politie. Nu moet hij een boete van 20.000.000 Tugrik betalen (grofweg 10.000 euro). Aangezien deze mensen behalve hun tent en rendieren weinig van waarde lijken te hebben, wensen we hem hiermee veel succes.

Dan vertelt Naraa dat de rendieren al verder naar het noorden zijn getrokken, op zoek naar het speciale soort mos dat ze graag eten. Als we vragen hoeveel verder, blijken ze enkel bereikbaar te zijn na drie dagen rijden, op een rendier. Even voelen we ons weer net zo teleurgesteld als de dag ervoor, maar al snel blijkt dat er nog zo’n 10 rendieren hier zijn, speciaal voor toeristen. Helaas dus net wat minder puur dan we hadden gehoopt, maar morgenvroeg, als het weer licht is, gaan we ze dan toch zien. Toch krijgen we die avond nog iets van rendier te zien, op ons bord. Rendiervlees wordt zelden door de Tsaatan gegeten, maar toevallig was er onlangs een oud mannetje gestorven, wat een geluk voor ons! Gemengd met ui, knoflook en pasta maakt Pureve er een smakelijk maal van. Eerlijkheidshalve moeten wij helaas bekennen dat we weinig verschil proefden met al het rundvlees van de afgelopen dagen. Sorry Rudolph.

We spelen nog een kaartspelletje (Durak genaamd, blijkbaar erg populair hier) en dan moeten we naar bed. Onze chauffeur moet morgen immers weer fit zijn voor de lange rit terug. Als wij aangeven dat we graag in een van de orts slapen levert dit een aantal bezorgde blikken op. Het wordt vannacht zeer koud en ze zijn bang dat wij dat, ondanks de aanwezige kachel in de tent, niet zullen overleven. Ze staan er echt op dat we bij ze in hun ‘winterverblijf’ slapen en dus gaan we daar maar mee akkoord. Als we onszelf in onze slaapzakken hebben gewikkeld gooit Gamba bezorgd nog een stuk of acht extra dekens over ons heen en kruipt vervolgens zelf ook in bed.

Dag 6: Hoi Rudolph
Vooral het eerste deel van deze dag zal ons bijblijven. We gaan eindelijk rendieren zien. Omdat de rendieren overdag het woud in trekken, moeten we al op tijd op. Een mooie zonsopkomst die door de bomen heen schijnt maakt dit al snel goed. Gamba leidt ons, terwijl hij naar sporen in de sneeuw zoekt, steeds dieper de bossen in. En dan zien we ze, rustig ‘grazend’ in de sneeuw. De besneeuwde bergtoppen in de verte maken het plaatje helemaal compleet. We aaien er een over z’n bol, schieten wat foto’s en lopen dan weer terug naar het houten huisje voor ons ontbijt. En dan is het weer tijd voor de terugreis, via dezelfde route als gisteren. Boya lijkt op tijd thuis te willen zijn voor het eten, want hij heeft er de vaart flink inzitten en we stuiteren als poppen door z’n UAZ. Onderweg pikken we nog twee lifters op die naar het volgende dorp moeten: een jongen en meisje van een jaar of 15 die naar school gaan. Het is weliswaar zondag, maar vandaag gaan ze naar het dorp waar de school is en blijven daar dan tot vrijdag. In het weekend gaan ze weer terug naar hun ouders, die als nomaden leven. Ze blijken warempel een beetje engels te spreken, want dat leren ze nu op school.

Dag 7: De wet van Murphy
Vandaag staat opnieuw in het teken van een lange autorit. Gelukkig wisten we dat al op het moment dat we ervoor kozen om de Tsaatan te gaan bezoeken, dus we hoeven er niet om te treuren. Daarnaast bevallen de lange ritten ons tot nu toe erg goed, vooral omdat er zoveel te zien is in dit prachtige land. Steppe, bergen en bossen wisselen elkaar in razend tempo af en elke keer lijkt het landschap weer anders. De uitgestrektheid is soms onvatbaar: je ziet hier soms helemaal niets, geen ger, geen kudde schapen, geen hutje of geen schoorsteen die nog ergens boven de horizon uitsteekt. De eerste twee uur rijden we over een recentelijk aangelegde asfaltweg en komen we gewoon niemand tegen, zo is autorijden hier dus.

Voordat we de route weer vervolgen checken we de wegcondities nog even bij een aantal mannen op straat. De meesten kijken twijfelend en verwachten veel sneeuw. Niet helemaal top dus, maar we zien wel. De weg lijkt in eerste instantie prima in orde en dus schieten we lekker op. Een bordje dat een steile helling aangeeft maakt dan ook weinig indruk. Als we na drie pogingen nog steeds niet verder dan halverwege zijn gekomen volgt de voor ons inmiddels bekende zin: “Can you guys push?”. De weg is zo steil en glad dat onze voeten nauwelijks grip kunnen vinden. Centimeter voor centimeter kruipt ons autootje naar boven. Als ie uiteindelijk grip vindt schiet ie naar voren, zo snel mogelijk naar de top. En dus kunnen wij lopen. Boven blijkt het uitzicht gelukkig een hele mooie beloning! En het zal niet bij dat ene mooie uitzicht blijven.

Vandaag blijkt een ontzettend mooie rit te worden, dwars door een aantal vlaktes die door bergen omgeven zijn. Op een van die vlaktes spotten we een gestrande UAZ. Zo’n ding waarvan wij na de afgelopen twee dagen dachten dat ie alles aankon. Niet dus. We stappen uit om te vragen of we kunnen helpen, maar het antwoord is nee, ze redden het wel. Inmiddels hebben ze de wielassen immers alweer boven de sneeuw uit. Als we nu terugdenken was ook dit zo’n momentje van: Hmmm, doen we er verstandig aan met onze auto verder te rijden? Maar goed, dat is nu, en toen dachten we dat dus niet. Drie minuten later, met het busje nog in onze achteruitkijkspiegel, komen we ook vast te zitten. Dat wordt graven. Alles komt eraan te pas om de auto weer in beweging te krijgen. Twee gesmolten vloermatten, een aantal grote stenen en een krik later is het ons dan toch gelukt. Spullen weer in de auto, want die moesten er natuurlijk allemaal uit om bij de krik te kunnen, en we kunnen weer.

Een kwartier later slaat het noodlot weer toe. Als we onze jassen, muts en wanten weer verzameld hebben zien we in de verte een jeep aankomen. Een fatsoenlijke jeep, die ons er gelukkig uit kan trekken. Wel eerst nog even het sleepoog vrijgraven natuurlijk. And we’re off, again. Even later vraagt Naraa of we de schep hebben gepakt die hij had gebruikt voor het graven van zojuist. Nee dus, en we kunnen weer terug. Vandaag lijkt alles mis te gaan. Als we op weg naar ons schepje een truck vol stro tegenkomen, een super onderwerp voor een foto, denken we even dat het meevalt. Totdat Irma de foto wil maken en niet eerst even controleert of de lens uitgezoomd is. Weg foto dus, en weg truck. Het is ook lastig functioneren als het zo koud is. We vervolgen onze weg, zij het iets voorzichtiger dan voorheen. Grote hopen sneeuw worden niet meer head-on benaderd, we gaan er liever in een grote boog omheen. Dat betekent dat er af en toe iemand uit de auto moet om te checken hoe diep de sneeuw ergens is, maar dat nemen we voor lief. We rijden inmiddels al weer een uur ‘probleemloos’ door het Mongoolse land als aan de horizon een klein stipje begint te dagen. Het blijkt ‘de truck’. Ons nieuwe doelwit.

Als het donker wordt hebben we nog zo’n 80km te gaan, voordat we weer op asfalt rijden tenminste. Een uur lang gaat alles goed, maar dan gaat het, zelfs na zorgvuldige bodemonderzoeken, weer mis. In het donker, met behulp van onze koplampen (die al erg handig zijn gebleken, bedankt voor dit top cadeau!), gaan we weer op zoek naar stenen en wordt de krik weer tevoorschijn gehaald. Als we bij de wielen beginnen te graven blijkt namelijk dat we in een behoorlijk diep gat zijn gereden. Gelukkig zijn we inmiddels al behoorlijke pro’s, dus binnen 15 minuten zijn we weer onderweg. 40km nog. We komen nog één keer vast te zitten, maar dit keer gaan we als een geolied team te werk en zijn we in no-time weer op weg. Anderhalf uur later bereiken we eindelijk de weg. Nog steeds geen asfalt, maar in ieder geval gewoon keihard aangereden grond. Nog 120 km te gaan en het is inmiddels 22.30. Drie uur later zijn we dan toch eindelijk op de plek van bestemming. 17,5 uur rijden, wat een dag! Nog snel wat eten en dan naar bed.

Dag 8: Natuurwonderen
Na een korte nacht en een stevig ontbijt (noodle soep met dumplings) gaan we weer op tijd weg, want we willen vandaag veel zien. De eerste stop is Khorgo Uul, een dode vulkaan. De weg er naartoe brengt ons wederom twee momenten van vastzitten, maar dat is door de oefeningen van gisteren geen enkel probleem. De beklimming van de vulkaan is heftiger. Via een steile wand vol met losse stenen klauteren we omhoog. Als Tijl even gaat zitten om op adem te komen blijken de stenen ook nog eens ontzettend scherp te zijn. Z’n broek overleeft dit rustmoment niet. Een flinke scheur in de achterzak is het resultaat. Op de rand van de vulkaan bewonderen we het uitzicht (helaas is het weer bewolkt) en een voorbijvliegende arend. De afdaling gaat gelukkig een stuk eenvoudiger, waarna we weer de auto in kruipen.

De weg naar onze volgende bestemming is net lang genoeg om de scheur in Tijl z’n broek te repareren. We stoppen bij een kloof, de grand canyon van Mongolië. Als we wegrijden ontdekken we nog een mogelijke nieuwe highlight: the Frogrock. Voor het geval dat deze op een kikker lijkende steen echt doorbreekt maken we nog wat foto’s en gaan we verder naar een andere steen, die wel echt een highlight moet zijn: the random rock, ofwel Taikhar Chuluu. De legende zegt dat een lokale held een gevaarlijke slang doodde door er een grote steen op te gooien. Hierdoor bevindt dit enorme rotsblok zich dus nogal willekeurig op een grote vlakte, vandaar de naam.

Die avond slapen we bij een vriend van Otro. Hij woont samen met zijn twee zussen in een huis aan de rand van Tsetserleg. Hun ouders zijn nomaden, maar omdat zij die levensstijl niet wilden zijn ze naar de stad verhuisd. Als we in het stadje aankomen beklimmen we voordat het donker is nog even de trappen naar de grote Boeddha die over het stadje uitkijkt. Eenmaal terug bij de auto komt Naraa erachter dat hij de sleutel nog in de auto heeft laten liggen, waardoor we dus niet meer verder kunnen. Gelukkig is het huis van Otro’s vriend op loopafstand dus gaan we daar op zoek naar een ijzerdraad. Terwijl Naraa en Otro ons probleem oplossen drinken wij een kopje thee. Ondanks dat er weinig Engels gesproken wordt, is het een gezellige avond. Na het avondeten spelen we weer wat spelletjes totdat we gaan slapen. Maar niet voordat we een Mongoolse specialiteit krijgen: wodka uit yoghurt, van de koe. Het smaakt een beetje naar wijn, maar dan met een bijsmaakje en het bevat ongeveer net zoveel alcohol als een biertje.

Dag 9: De oude hoofdstad
De laatste dag van onze tour. Vandaag brengen we een bezoek aan Kharkhorin, de oude hoofdstad van Mongolië. Hier bevindt zich het eerste Boeddhistische klooster van het land: Erdene Zuu. Vroeger bevonden zich binnen deze muren 62 tempels, waarvan er na de Sovjet periode helaas nog maar drie over waren. In het bijzijn van een gids bezoeken we deze tempels en lopen we verder nog wat rond in het klooster. Ondanks de stralende zon is het echt super koud. We zijn dat ook blij als we, nadat we een aantal souvenirverkopers hebben afgeschud, weer de auto in kunnen. Dan is het tijd voor onze laatste bestemming van deze roadtrip: Mongol Els, ofwel de mini Gobi. Op een afstandje lijkt dit slechts een grote zandhoop te midden van een vlakte, maar eenmaal dichterbij is het toch best indrukwekkend. We kijken verbaasd naar hoe de sneeuw zich heeft vermengd met het zand, maken wat foto’s en doen een wedstrijdje wie het eerst de zandduin op komt. Een hele mooie afsluiter van een top avontuur!

Dag 1 t/m 9: Muziekjes
Bijna 2700 kilometer, dat is de totale afstand die we tijdens onze road-trip hebben afgelegd. Als je dan bedenkt dat de gemiddelde snelheid soms niet boven de 10 km/u uitkomt, zijn dat aardig wat uurtjes in de auto. En eerlijk is eerlijk, na verloop van tijd heb je gewoon niet zoveel meer te bespreken. Gelukkig is er dan altijd nog muziek. Mongoolse muziek wel te verstaan, want vergeleken met Nederland vind je hier weinig Engelse of Amerikaanse artiesten in de hitlijsten. Omdat wij de Mongoolse krakers uiteindelijk best wel zijn gaan waarderen, wilden we hier nog even een kleine top 5 met jullie delen.

P.S. Als je zo naar de foto’s kijkt dan snap je wel waarom Mongolië ook wel ‘land of the blue skies’ wordt genoemd.

And especially for Naraa en Otro: we had a great time, hope you had so too. We’ll see you back in summertime once, because we love your country. Thank you, grow tall!


Mongolia, one big adventure!

Mongolia, the country of Genghis Kahn and once the biggest empire in the world. But also the country of plains, deserts, lakes, mountains, wild horses, hospitality and much, much more. Plenty for us too choose from. Unfortunately winter, and it’s snows, drastically reduce the accessibility of some parts of the country, so we had to accept that our most ideal tour of Mongolia wasn’t going to happen. Luckily, we found a very nice alternative route and so our big adventure could start.

Day 1: Super-Snickers en every flavor of Fanta
This is it, the start of our tour through Mongolia. Нараа (Naraa), the male half of the couple on who’s couch we ended up (our first time couchsurfing), turns out to be kind of a tour guide himself and has offered us a very nice tour for a very nice price. We leave at 10, or at least that was the plan. Breakfast, at 10.30, reveals that we still have to get some groceries. Отгоо (Otro), who will be our driver these next couple of days, is already waiting for us downstairs, so we leave in a hurry. As we’re walking out, Irma is nearly hit by a diaper. Yes a diaper. While we’re looking at each other in awe, another one comes crashing down next to us. So this is how they do it here?! The dirty diaper of your little one is just tossed down from eight stories up. Apparently his isn’t the case as Naraa seems to finding it odd as well: It’s raining diapers!”.

A big indoor market provides us with the groceries for the days to come: bread, cheese, salami, noodles, etc. We also get a kilo of cookies and a box of Super-Snickers, who will later turn out to be our daily lunch. Our last stop is at a soda stand. Naraa chooses some ten bottles of Fanta, each with a different flavor. From pineapple to apple and all with a lot of sugar. But the most important things we had to get were a couple of bottles of wodka and some bags of sweets: thank you presents for the families we were gonna stay with. Now all Naraa has to do is ‘quickly’ get our sleeping bags and mats, and at two o’clock we’re ready to go.

When we’re finally underway, we’re stopped by a traffic cop. Apparently they always come up with something to tease you and this time is no different: faulty license plate lights. We get off with a ‘fine’ (read: a personal contribution to the officer), which is apparently quite normal. What’s also quite normal is the fact that every Mongolian police officer can confiscate any car if he/she needs one. Fortunately, that probably won’t happen to us, as no one would want to confiscate this car while it’s so heavily loaded. A little too deep bump in the road and the tire touches the wheelbase. Quite scary the first time that happens, but after a while you get used to it.

When we eventually stop near a river, we expect that we have arrived at our accommodation for the night. Nothing could be further from the truth: using our headlamps we get on the ice, yes the river is completely frozen, and drill two holes: ice fishing it is! With -20˚C, in the dark that is. So there we are, completely ‘underdressed’ for these kinds of conditions. After all, we had expected a day of driving. The fishing couldn’t really bother us (something to do with lack of patience, perhaps?), but we do enjoy the beautiful starry sky. It is so bright that you could even see the Milky Way! After an hour our feet and hands can’t take it anymore, and we head to the car. We put on the heater and wait until Naraa and Otro are done with fishing too.

Having caught two Burbot, they come back an hour later and we continue our journey. We’re gonna spent the night in a (tourist) ger, a round tent in which a large part of the Mongolian population still resides, even in these modern times. Thankfully our ger has already been heated in anticipation of our arrival. Dinner consists of instant noodles and a tuna sandwich, after which we crawl under as many layers as possible. The temperature inside the ger apparently doesn’t differ much from the outside temperature in the morning.

Day 2: Gotcha!
When we wake up the cold isn’t as bad as we’d expected. Perhaps because our host had already lit up the stove when we were still sleeping. After breakfast it’s time for a new attempt to catch some fish. Tijl is the lucky one this time: a perch. This is not big enough to eat though, so we set it free. Unfortunately for Irma she captures nothing, except a couple of plants. Frustrated as she is she puts Naraa’s fishing rod on the roof of the car. After fifteen minutes of driving, I ask whether someone got it before we left … Nope. We head back to the lake, where the fishing rod is luckily still waiting for us. We can hit the road again. A journey through Mongolia by the way is not done on roads, but on great plains. That is because roads hardly exist, it’s mostly tracks of others who have gone before you. Using a GPS-system we know in which general direction we need to follow the tracks. If they can still be seen that is, because the last few weeks of snow did not really attribute.

Navigating through the darkness we are looking for our next accommodation: a nomadic family that Naraa knows. Following the GPS coordinates we make our way to the little red dot his phone is indicating. When we get there, there is not a ger insight and the tracks appear to end. After a couple more attempts to find the right track, Naraa decides to ask for directions at the only Ger that is here. After a few minutes he returned with the bad news: the family we are looking for has moved. The good news is that we can stay with this family. So there it is, our chance to experience the true hospitality of Mongolia. It turns out to be a special evening, and you can read more about that here.

Day 3: Go(ne)Pro
We get up, have some breakfast, pack our stuff, take some pictures of the family and get back in the car. After about 15 minutes Irma asks where the GoPro is, so she can capture some of the beauty we’re once again seeing on video. Unfortunately, we don’t find it in our backpack. After turning the whole thing inside out twice, making sure it is not in there, we ask Naraa if maybe he might have seen it somewhere. No luck. We pull over, check every inch of the car, but our GoPro is not to be found. Back to the ger it is. Fortunately, the family has already found it it. A friendly thank you and we’re on our way to Khovsgol Nuur, be it with a little delay.

The road offers some good views once more: a dead volcano, beautiful vast landscapes, snowy mountains and herds of horses, sheep, camels and cows crossing the road. As long as we keep our windows free of ice we can enjoy all that beauty. After a while the weather seems to change and the blue sky slowly changes to grey. Moron, the town we’re approaching is completely hidden from view. When we ask where this mist suddenly came from, Naraa laughs at us. The mist turns out to be smoke, created by the wood stoves that heat the houses in the city. There’s a big cloud over the city and on entering you even smell it. We stop for a late lunch and order a typical Mongolian dish: Tsuivan. A mix between spaghetti and fried noodles, topped with some beef, potatoes and vegetables: tastes good!

When we’re on the road again, an interesting discussion about the way people look at a map, arises by chance. Naraa is telling us about his family, that have moved to the northwest. When Tijl asks him to confirm whether this is to the left side of the lake, he looks puzzled. “No right of course”. The argument starts, but Naraa maintains that West is right and East is left, even when we take the map and a compass to show him otherwise. We are not gonna agree on this one. As it turns out, they see themselves as the map, which we find a very strange phenomenon. Who does that, seeing themselves as the map?! Bunch of Mongols! ?

We spent the night in a ger. First though, the family that owns the ger has to be evicted. They’ll sleep somewhere else tonight, in some other families ger not far from here. Don’t worry, we’re paying them to do that off course. They quickly prepare some meat and tea for us and then they’re gone. Time for a drinking game! After two bottles of vodka, we decided to continue the game using water, the only liquid thing we have left. Guess it’ll save us from a hangover the next day.

Day 4: The fun’s over
Tonight was the first time it was a bit colder, but it was still doable. In the morning Tijl tries to get the stove going in order to get some heat in our ger, but it proves to be quite difficult. Even the lady of the house, who of course comes over to check whether everything is to the liking of her guests, needs a good 15 minutes to get it going. Meanwhile her husband tells us they are gonna milk the yaks shortly. A great opportunity for us to experience this part of nomadic life. A little later, at breakfast, the bad news comes: the Tsaatan, the nomadic reindeer herders of Mongolia that we really want to visit, have moved. Despite several requests from Naraa they have already moved further north, eight hours of driving further. The question is what we want to do now. Eventually our curiosity about these special people wins, so we decide to take a chance and go there anyway. “Then put on your warmest clothes, because it is cold there!” There were some negotiations about a different car, a real 4×4, but at a 150 euros per day that did not really fit our budget. Time to fire up our trusted Subaru and hit the road!

During the first part of the route we spot some vultures at the side of the road. Would they perhaps be waiting for our car to break down? We leave the paved road a little while later and hope to follow a good track north. We stop the first car coming from that direction and ask the driver whether we are on the right track and if it is drivable. He gives a positive answer, ‘okay’, on both questions and thus we carry on. What Mongolians deem ‘okay’ would result in a lot off critical questions in the Dutch parliament by the way, but that is something we have gotten used to by now. That’s why we are not surprised when we have to clear the first stones of the road after only 30 minutes. At times we even feel the obstacles bumping into our feet through the floor of the car, but no worries, we’ll get there! Or not? Snow is starting to pile up in the tracks and the belly of the car has already undergone more than a little tickling. Naraa and Otro have started to share more and more worried looks and when we return from pushing the car out of a snow filled track for the fourth time, we know that this is gonna be too much for our poor little car. Perhaps the remark of that first car should have made more of an impression: “Do you really want to go there in that thing? Good luck!”.

This is quite a setback for us, because the Tsaatan are the whole reason of our visit to this part of the country. After a long and mostly silent journey back, Irma and I make a new proposal: we should rent a different car and driver after all, so that we try a second time tomorrow. We’ll split the extra costs, because we feel sorry for Naraa who in the end is only trying to arrange everything as good and cheap as possible, so that it fits our budget. Back in the village we start looking for a driver. Half an hour and 40 phone calls later we make a deal with a guy named Boya, the same driver we were on the phone with that very morning. His price is still the same, but we get him to throw in a meal and accommodation in his house, that has electricity. It’s a deal! Let’s charge those batteries, for tomorrow we’re gonna need some full ones. The best thing about this deal? The man is the proud owner of one of the coolest cars we’ve seen on out trip so far: a UAZ, better known as ‘The Russian Van’.

Day 5: Tsaatan, here we come!
When our alarm sounds at 07.00 o’clock it is truly cold for the first time! Inside and out seem to differ little from each other. Tent or house, it doesn’t appear to make much of a difference. Nothing to do but suck it up, turn on the lights in your underwear and then quickly put on some clothes. Meanwhile, some wood is put into the stove and not much later it’s already starting to get more comfortable. Unbelievable how well those stoves do their job. We quickly pack our stuff, have some breakfast and step aboard the UAZ. We’re going a lot faster than we’re used to because our new driver sure likes a good pace. We drive along the shore of Khovsgol Nuur, the second purest lake in the world, for a long time. To escape the bumpy track we even take a detour over a frozen part of the lake, which in one month will completely freeze, in just one night. Along the way we come across a herd of yaks and cows now and then, but nothing else.

After a while the road gets bumpier and, although are only doing 10 km/h, we bounce through the van. We eventually deflect from the lake and arrive at an Ovoo, a structure with spiritual importance, built by locals. It is made from an accumulation of branches, stones and often horse skulls (together resembling the shape of a teepee), where offers are made to honor nature. We get out for some photos and then Naraa tells us that the small river below us is Mongolia’s shortest river and fun fact: it never freezes. We walk to it’s beginning, where the water comes flowing from the mountain. On Boya’s advice we drink some of the crystal clear water, because it would be good for our organs. A bit further down the river flows into the lake. Following another, much longer, river we eventually drive further and further away from the lake, into the mountains. We regularly drive over the ice-blue frozen water to pick up the road on the other side of the river. When we drive by another Ovoo a little later, Boya honks the horn three times. To salute the spirits so that our trip goes well, he says.

The river eventually leads us to the Darkhad Depression. A vast plain, which holds about 300 lakes. The ride through it is truly incredible! Endless white slopes with behind it a wall of mountains, 360° around. Completely frozen, and thus white trees that occasionally pimp the horizon, an eagle and once in a while a couple of yaks are the only thing we encounter here. ‘In the middle of nowhere’ is in this case an understatement, is what Irma and me are thinking. After we long drive over the ice of a frozen lake we reach some kind of checkpoint. We enter the border zone of Mongolia and Russia. That is how far north we have gone. Around half past five, after a journey of nearly ten hours, we spot a few wooden houses among the trees. “There it is.” Boya says. What? Aren’t the Tsaatan supposed to live in orts, some sort of teepees? And indeed, not much later the first traditional homes start appearing. Thank god, because we are planning to spent the night in there. We get out of the car and are welcomed in the home of Gamba and Pureve.

While she, Pureve, prepares our food there is some chatting, all in Mongolian of course, so only when Naraa translates for us, we understand what it’s about. That is, if he could understand it himself. The Tsaatan as it turns out have their own language, which is nothing like Mongolian. Now he nows how we feel every day. Anyways, eight families appear to be living together here. That’s quite a lot when you consider that there are only 35 Tsaatan families living in Mongolia today. Together they account for the 1600 reindeer that still live in Mongolia. While we are waiting for our diner, several people walk in and out, including a very drunk man. He says he recently caught a moose and was then caught by the police. He must now pay a fine of 20 million Tugrik (roughly 10.000 euros). Seeing that these people don’t seem to have much of value except their tent and their reindeer, we wish him good luck with that.

And then Naraa tells us the reindeer have moved further north, looking for the special type of moss that they like to eat. When we ask how much further, it appears they can only be reached after three days of riding, on a reindeer. For a second we feel just as disappointed as the day before, but it soon becomes apparent that there are still about 10 reindeer here, especially for the tourists. I guess this is going to be a slightly less pure experience than we had hoped, but still. Tomorrow, when it’s light again, we’re going to see them after all. Fortunately for us, we do get to see some reindeer that night. On our plates that is. Reindeer meat is rarely eaten by the Tsaatan, but as it turns out an old male had recently died, lucky us! Mixed with onion, garlic and pasta, Pureve makes a tasty meal of it. In all fairness we must sadly admit that we tasted little difference with all the beef we’d had in recent days. Sorry Rudolph.

We play one last card game (it’s called Durak and is apparently very popular here) and then we have to go to bed. Our driver has to be in good shape for the long drive back tomorrow after all. When we say we would like to spent the night in one of the orts we get a couple of worried looks. It is going to get very cold tonight, and they’re afraid that we, despite the stove that is in the tent, will not survive. They insist that we sleep with them in their “winter home”, so there is nothing else to do but agree. Once in our sleeping bags, Gamba throws on some (read: eight) extra blankets, apparently still worried if we will survive, and then climbs into bed himself.

Day 6: Hoi Rudolph
Especially the first part of this day will stay with us. We’re finally going to see reindeer. Because the reindeer move into the forest during the day, we have to get up early. A beautiful sunrise shining through the trees makes up for this right away. Gamba leads us deeper and deeper into the woods, while looking for tracks in the snow. And then we see them, quietly ‘grazing’ in the snow. The snow-capped peaks in the distance make it a perfect picture. We pet one on the head, shoot some pictures and then walk back to the house to get our breakfast. It’s time to return to the inhabited world, retracing yesterday’s steps. Boya seems to want to be home for dinner, because he is racing. We bounce around like puppets in the back of his UAZ. We pick up two hitchhikers along the way, who need to get to the next village: a boy and girl aged about 15 who attend school there. Today is Sunday, but they have to go to the village where the school is and remain there until Friday. On weekends they go back to their parents, who live as nomads. As it turns out, they speak a little English, because they are now learning that in school.

Day 7: Murphy’s law
Today is once again dominated by a long car ride. Luckily we knew that from the moment we chose to go and visit the Tsaatan, so we don’t need to grieve. In addition to that, we have quite liked the long drives so far, mainly because there is so much to see in this beautiful country. Steppe, mountains and forests alternate each other at warp speed and every time the landscape looks different. The sheer size is hard to realize sometimes: there are parts that contain no signs of life. No ger, no flock of cattle, no little shack or no chimney appearing somewhere on the horizon. The first two hours of the day are on smooth asphalt, and we don’t come across anyone. That is what driving a car in Mongolia is like.

Before continuing our route, we check the road conditions by asking a couple of other drivers. Most of them look a bit sceptical and expect lots of snow. Not what we were hoping for, but we’ll see. The road initially seems to be fine, and so we’re making good time. A sign indicating a steep slope doesn’t make much of an impression at first. Not making it further than halfway up on our third attempt of concurring this mountain is followed by the question that would become typical for this trip: “Can you guys push?”. The road is so steep and slippery that our feet are barely able to find grip. One centimeter at a time our car creeps upward. When it finally finds grip it shoots forward as quickly as possible, speeding to the top. Guess we’re gonna have to walk up there. The view from the top turns out to be a great reward! And as it turns out that view will not be our last one today.

Today’s drive will turn out to be a very beautiful one, through some plains that are surrounded by mountains. On one of these plains we spot a stranded UAZ. One of those things we thought could handle anything after the past two days. I guess we were wrong. We stop and ask if we can help out, but the answer is no, they’ll be fine. I guess having their wheel axles free of snow gave them a lot of confidence. Looking back, that should have been a moment of thinking: Hmmm, is it smart to continue driving this way with this car? But that is now, and we didn’t think that then. Three minutes later, with the van still in our rear-view mirror, we get stuck as well. Digging it is. We try everything to get our car moving again. Two melted floor mats, some large stones and a jack later we have done it. All our stuff back in the car (we had to get everything out to get to the jack) and we’re good to go.

Fifteen minutes later, disaster strikes again. Just when we’ve gathered our coats, hat and mittens, we see a jeep approaching in the distance. A good jeep, able to pull us out thank god. All it takes is digging away some snow blocking the towing eye. Good to go, again. A bit later Naraa asks if we took the shovel he had used to clear the snow. Nope, so we turn around again. Everything seems to be going wrong today. On our way back to get the shovel we see a big truck full of straw, a great subject for a picture. All right, not everything sucks, this could be good thing after all. Until Irma wants to take the picture and doesn’t check if the lens is zoomed out first. There goes are photo opportunity, and there goes our truck. I guess functioning normally is hard when you’re cold. We continue our way, albeit slightly more cautious than before. Large piles of snow are no longer approached head-on, instead we prefer to go around them. This means that someone occasionally has to get out of the car to check how deep the snow is, but we take that for granted. After about an hour of ‘uninterrupted’ driving through the Mongolian country, a tiny speck on the horizon begins to dawn. It turns out to be ‘the truck’. Our new target.

When it gets dark we still have about 80km to go, before we are back on asphalt at least. Everything goes well for about an hour, but then, even after careful inspections of the road ahead, disaster strikes again. In the dark, using our headlights (which have already proved very useful, thank you for this super gift!), we go in search of stones and the jack is once again installed. When we start digging near the wheels, it becomes clear that we have driven into a pretty deep hole. Lucky for us, we have become quite the digging pro’s, so we’re back in the car within 15 minutes. 40 km to go. We get stuck once more, but this time we’re go at it like a well-oiled team, and we are back on the road in no-time. Ninety minutes later we finally reach the real road. Still no asphalt, but at least it’s hard and flat. Still 120 km to go and it is now 22:30. Three hours later we finally arrive at our place of destination. 17.5 hours of driving, what a day! We quickly have some diner and go to bed.

Day 8: Wonders of nature
After a short night and a good breakfast (noodle soup with dumplings), we head out early, because we want to see a lot today. The first stop is Khorgo Uul, a dead volcano. The way there means getting stuck two more times, but that is no problem with the experience we’ve gained yesterday. Climbing the volcano turns out to be much harder. We meet it head on: a steep hill full of loose stones is our way up. When Tijl sits down to catch his breath the rocks turn out to be sharp as hell. His pants do not survive his moment of relaxation. A big rip in the buttocks part is the result. From the top of the volcano we admire the view (unfortunately it is cloudy today) and an eagle flying by. The descent turns out to be a lot easier, and we get back into the car.

The drive to our next destination is just long enough to repair the rip in Tijl’s pants. We stop at a canyon: ‘The Grand Canyon of Mongolia’. When we leave, after taking some pictures of this quite beautiful canyon, we discover a possible new highlight: The Frog Rock. We quickly make some more pictures, because who knows, maybe this rock looking like a frog will actually turn out to be one of the regions new big tourist attractions. We continue on to the next rock, which should already be a highlight: the random rock or Taikhar Chuluu. Legend says that a local hero killed a dangerous snake by throwing a large stone on top of it. That is why this huge boulder is found quite randomly on a great plain, hence the name.

We spent the night at a friend of Otro’s. He lives in a house on the outskirts of Tsetserleg, together with his two sisters. Their parents are nomads, but because they did not want that lifestyle, they moved to the city. When we arrive, just before dark, we climb to the big Buddha overlooking the town. Once back at the car Naraa finds out that he has left the key in the ignition, so we can no longer continue. Fortunately, the house of Otro’s friend is within walking distance, so we go there, looking for a wire (Yes a wire, because Naraa and Otro turn out to have been car thieves in the past. That’s a joke.). While Naraa and Otro solve our little problem we drink a cup of tea. Despite the fact that little English is spoken, it turns into a very nice evening. After dinner we play some more card games until we go to sleep. But not before we get a Mongolian specialty: vodka distilled from yogurt, from a cow. It tastes a bit like wine and it contains about as much alcohol as beer.

Day 9: The old capital
The last day of our grand tour. We are going to visit Kharkhorin, Mongolia’s old capital. Home to the country’s first Buddhist monastery: Erdene Zuu. There once used to be 62 temples within it’s walls, but after the Sovjet period only three of them remain unfortunately. We visit these temples together with a guide and walk around the grounds some more after he has left. Despite the fierce sunshine it is super cold. Hence we’re happy to be back in the car, after loosing some souvenir salesmen. Time to go to the last destination of our tour: Mongol Els, better known as the mini Gobi. From a distance is doesn’t appear to be more than a big pile of sand in the middle of a whole lot of nothing, but come a little closer and it turns out to be pretty impressive. We watch astonished at how the snow has mixed with the sand, take some pictures and do a little sand dune race. The perfect end to a great trip!

Day 1 to 9: Tunes
Nearly 2700 kilometers, that is the total distance we have covered during our road trip. When you consider that the average speed sometime did not exceed 10 km/h, that’s quite a few hours in the car. And to be honest, after a while there is not a lot to talk about anymore. Luckily there is always music. Mongolian music that is, because compared to the Netherlands you don’t find many English or American artists in the charts here. In the end however we did come to appreciate the Mongolian hits, and we wanted to share a small top five with you.

P.S. Looking at our photos you can understand why Mongolia is also called ‘The land of the blue skies’.

Dit bericht heeft 19 reacties
  1. Moet bekennen dat even een inhaalslag moest maken met de verslagen maar ben weer helemaal up to date!
    Jammer dat jullie al vanaf Rusland af en toe last hebben van het weer met jullie avonturen, maar goed om te lezen dat jullie het toch wel weer leuk maken!
    Echt onwerkelijke foto’s heel mooi. Echt een prachtfoto van die rendieren, en van die yaks moest ik bijna lachen, bijna komisch 😛
    Jullie zijn een stelletje goede schrijvers! Elk verslag is weer wat anders en heel interessant, keep it up, kunnen we een beetje met jullie meereizen.

    Volgens mij heb ik eens gehoord dat ze in Mongolie zeggen dat de toekomst achter je ligt en het verleden voor je. Logica hierachter: omdat je wat je voor je hebt kan zien, en je verleden heb je al gezien, wat achter je ligt is juist verborgen zoals de toekomst.
    Dus ik hoop dat jullie nog een hoop mooie avonturen achter jullie hebben liggen! Fijne feestdagen alvast

    1. Mooi gezegd Koen, dat hopen wij ook! Thanks voor de mooie woorden, we moeten er bijna van blozen 😉 gelukkig is het ondanks de lengte nog steeds leuk om te lezen, we doen ons best dit vol te houden 🙂 grs daar!

  2. Wat een heerlijk verslag om te lezen. Vooral ook om te zien dat jullie het zo goed hebben. Blijf genieten. Dan genieten wij van de mooie foto’s en prachtige verhalen.

  3. Leuk verhaal!! Heel avontuurlijk en humoristisch!! ? Haha tis maar goed dat jullie kont vast zit! ?? fijn ook dat jullie (voor mij) een omschrijving geplaatst hebben bij de foto’s. Super mooi en ook leuk die traditionele bewoners!! Echt gaaf wat jullie allemaal mee maken, petje af!!! Enjoy en een dikke ? Plus een paar zonnestralen vanuit Tenerife ?

  4. Pfffff wat een avontuur! Zou bijna denken dat jullie het eerste vliegtuig terug zouden pakken met al die tegenslagen! Hebben jullie inmiddels geen heimwee gekregen of huilbuien? Zou ik denk ik namelijk wel last van krijgen ?
    Het scheelt vast dat de mooie avonturen en leuke en lieve mensen om jullie heen veel goed maken maar ik weet niet of ik nog kon lachen… Gelukkig zijn jullie anders en hebben jullie flink doorzettingsvermogen want nu kunnen wij mee leven met jullie reis en ook dit deel van de wereld zo een beetje beleven. Mooie verhalen en geweldige foto’s! Dikke kus

    1. Haha, gelukkig nog geen huilbuien gehad! Al baalden we wel echt even toen we om moesten draaien ;). Maar zoals we al wel hebben gemerkt: soms gaan er dingen mis maar dat pakt tot nu toe telkens op een erg positieve manier uit! X

  5. Hoi! Echt super gave en unieke avonturen die jullie tot nu toe beleven! Echt hele mooie foto’s en prachtige natuur daar. Respect dat jullie ondanks de kou zo uitgebreid erop uit trekken. Geniet van deze super bijzondere ervaringen! Heel veel plezier nog en het is heel erg leuk om jullie verhalen te lezen. Dus ga zo door ;)!

    Groetjes Suzanne

    1. Hi Suus, bedankt voor het mooie commentaar. De kou is gelukkig wel aan te wennen en zolang je bezig en afleiding hebt door al het moois is het goed te doen. Al moeten we bekennen dat we ook wel zin hebben gekregen in hogere temperaturen inmiddels ;). Liefs!

  6. Zooo..!! Dat was een heel avontuur. Behoorlijk spannend wanneer je ‘s avonds laat in het donker in die kou vast komt te zitten en nog geen uitzicht hebt op ‘n warme slaapplek om te overnachten. Hebben jullie onderhand niet genoeg van die kou en sneeuw? Wij, althans ik snak ( nou ja snak?, ‘t zou wel leuk zijn) naar ‘n beetje kou en sneeuw.
    Lijkt me een hele speciale ervaring om het dagelijks leven/ overleven van die nomadenfamilies aan den lijve van zo dichtbij mee te mogen maken.
    Prachtige foto’s, prachtige luchten, heel mooi!!
    Het zijn wel hele lappen tekst, maar iedere keer weer heel boeiend om te lezen en dus zeker niet vervelend. Ga zo door en tja alweer en nogmaals geniet iedere dag.
    Dikke kus!

    1. Hee mam, mooi dat ons zongen blijft volgen, wij vinden het in ieder geval leuk om met jullie te delen en dat het dus ook gelezen wordt. We zijn inderdaad wel toe aan wat warmer weer, maar daar zullen we nog even geduld voor moeten hebben. Als je hier eenmaal bezig bent en je je goed kleed (wat wij door de goede voorbereiding gelukkig kunnen) dan is het allemaal wel te doen. Xx

  7. Wat een verhaal! Heel gaaf om jullie avonturen te lezen! Wat me wel opvalt he.. is dat jullie redelijk vaak wat vergeten.. een vishengel.. go pro.. schep.. In dat opzicht dus nog weinig veranderd hahah:P
    En hebben jullie ook een foto van zo’n ort waar jullie in wilde slapen bij die Tsaatan familie? Hoe koud wordt het daar binnen dan?
    Doeiii xxxx

    1. Hey zusje, bedankt voor de mooie woorden, we waren bang dat t miss een te lang verhaal zou worden. We vergeten idd redelijk vaak wat, maar gelukkig niet altijd onze eigen spullen. Onze gids is bijv ook nog een keer de autosleutels vergeten, terwijl ze nog in het contact zaten. Komen we terug bij de auto, zit die dus op slot. Al onze spullen er in, en toen was het dus net donker aan het worden. Hebben ze uiteindelijk met een ijzerdraad als een stelletje autodieven de deur open gekregen… De foto heb ik net geappd, en de temperatuur waar je dan aan moet denken is -40/-50 ofzo… Dat was het die nacht dat wij er in wilden slapen iig, maar miss maar goed dat we dat dus niet gedaan hebben;)

  8. Hoi daar,
    Ik hoop voor jullie dat je in China minder koude ervaringen op gaat doen en dat ze daar ook zo tolerant zijn als je weer eens wat vergeten bent ?
    Mooie en indrukwekkende verhalen. Daar heeft de factor. “Tijd” blijkbaar een hele andere waarde dan hier.
    Cultuurverschil is bijna ondenkbaar, ook hoe zij met tijd en natuur omgaan. Wat is de doel van het leven daar tov hier…..
    Groet Ad.

    1. Hey pap,
      Het is inderdaad een flink cultuurverschil… Totdat je het ziet misschien zelfs moeilijk voor te stellen dat het in deze tijd nog echt zo werkt. Hun doel lijkt, anders dan bij ons, vooral overleven en rondkomen en daar lijken ze erg tevreden mee te zijn, wel mooi dus! Ook als je kijkt naar hun bezittingen. Ze hebben bijna niets als dat wat noodzakelijk is. Al gaan ze ook wel weer met de tijd mee als het hun leven wat makkelijker maakt, bijvoorbeeld door een zonnepaneel en een mobiele telefoon (oude nokia’s meestal). China is weer meteen heel anders voor zover we vandaag mee hebben gekregen. Wel nog steeds kou, vergeleken mer Nederland. We houden jullie op de hoogte! X

  9. Hoi Irma en Tijl,
    Wat een avonturen beleven jullie. Echt geweldig. En inderdaad soms valt het tegen en soms valt het mee. Maar jullie hebben de tijd. De verhalen die jullie schrijven zijn heel boeiend om te lezen. Knap hoor! En nu op naar het nieuwe jaar met weer nieuwe avonturen. Wij wensen jullie alle goeds voor 2016. Blijf goed gezond en geniet van alle prachtige bestemmingen die nog gaan komen. Fijne en toch ook speciale jaarwisseling voor jullie. Eric, Erica, Evie en Sanne.

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.